Inzaaien groot zeegras in de Waddenzee



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Zeegras Inzaaien groot zeegras in de Waddenzee

Result = Zeegras Experimenten met zeegrasherstel in de Waddenzee VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Zeegras Inzaaien groot zeegras in de Waddenzee

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Zeegras Inzaaien groot zeegras in de Waddenzee

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Zeegras Inzaaien groot zeegras in de Waddenzee

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Zeegras Inzaaien groot zeegras in de Waddenzee

Result = Zeegras Inzaaien van zeegras VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Zeegras Inzaaien groot zeegras in de Waddenzee

Result =

End Set VN link











Introductie

In de afgelopen tien jaar zijn er verschillende pogingen geweest om groot zeegras te herintroduceren in de Waddenzee door handmatig planten over te plaatsen van doorlocaties naar verschillende locaties die geschikt leken voor zeegrasgroei. Sommige van deze transplantaties bleken een aantal jaren te overleven, maar ondanks dat de transplantaties waardevolle informatie opleverde over de habitatgeschiktheid, hebben geen van deze arbeidsintensieve praktijken geleid tot een langetermijnterugkeer van de litorale populaties (zie deze pagina's).

Vanwege het feit dat groot zeegras eenjarig is, zijn litorale zeegrasvelden sterk afhankelijk van een voldoende aanvoer van zaad om zich te handhaven. Op veel plaatsen in de wereld waar zeegras is verdwenen, werd het gebrek aan zaadtoevoer geïdentificeerd als een ernstige belemmering voor de restauratie van de soort, ook nadat het herstel van de habitat had plaatsgevonden. Zaadproductie varieert behoorlijk van jaar tot jaar, zelfs in een gezonde populatie. Een hypothese bij de restauratie van zeegraspopulaties die momenteel breed wordt gedeeld, is dat de populatie een bepaalde kritische grootte moet hebben om een stabiele populatie te laten ontstaan. Hiermee wordt er ook in ‘slechte’ jaren genoeg zaad geproduceerd om de populatie in stand te houden. Waarschijnlijk is dit de belangrijkste reden die het falen verklaart van zeegrasherstel op de lange termijn bij het handmatig transplanteren van zeegras. Zelfs met de inzet van veel studenten en/of vrijwilligers is deze techniek te moeilijk en kostbaar om een voldoende grote oppervlakte met zeegras te beplanten. Daarom zijn er op andere plaatsen in de wereld technieken ontwikkeld om zeegrasvelden te herstellen met behulp van zaaien in plaats van verplanten.

Projectbeschrijving

Het basisidee achter dit project is om een grote hoeveelheid zaaddragende zeegrasscheuten te importeren vanuit gezonde populaties in Duitsland, waar de litorale zeegrasvelden zich zodanig hebben hersteld dat ze bijna weer op het oude niveau terug zijn. De scheuten worden in gazen zakken gedaan met een maaswijdte die groot genoeg is om het zaad door te laten, maar voldoende klein om de scheuten achter te houden. De zakken hebben drijvers die met een touw aan de bodem zijn verankerd. Op deze manier kunnen de zaden rijpen en zichzelf verspreiden in de onmiddellijke nabijheid van de proeflocatie.

Uitgangspunten

Bij de opzet van de ‘zeegrasproef’ voor herstel van zeegrasvelden in de Nederlandse Waddenzee door middel van zaadverspreiding, zijn de volgende vijf uitgangspunten (‘guiding principles’) gehanteerd (Erftemeijer and Van Katwijk 2010):

  1. Grootschalige aanpak: onderzoek op basis van een spatiotemporele analyse van historische zeegrasverspreiding in Chesapeake Bay in de Verenigde Staten heeft laten zien dat zeegrasveldjes met een patch-size groter dan ongeveer één hectare zichzelf beter in stand kunnen houden en daardoor grotere stabiliteit vertonen dan kleinere patches of groepen van kleine patches. Ook voor de Nederlandse Waddenzee zijn er aanwijzingen dat grotere patches van zeegrasvegetatie door middel van het proces van zelf-facilitatie (= beïnvloeden van milieuomstandigheden d.m.v. biobouwen waardoor het meer geschikt wordt) beter in staat zijn te overleven dan kleinere patches.
  2. Natuur zo veel mogelijk het werk laten doen: de natuur is zelf in principe in staat om systemen via natuurlijke regeneratie in relatief korte tijd over grote oppervlakten te herstellen. Hiervoor dient echter ten minste aan twee voorwaarden te worden voldaan: de milieuomstandigheden moeten (weer) optimaal matchen met de randvoorwaarden voor de betreffende zeegrassoorten en er moet voldoende aanwas (recruitment) zijn om de (her-)kolonisatie mogelijk te maken. Steeds vaker blijkt dat natuurlijke regeneratie van groot zeegras in sommige gebieden achterwege blijft vanwege een gebrek aan aanwas (‘recruitment limitation’). In Nederlandse Waddenzee bereiken de zaden door overheersend oostwaarts gerichte wind en stromingen de meer westelijk gelegen potentieel geschikte gebieden minder goed. Het uitgangspunt van dit project is de aanvoer van zaden naar potentieel geschikte gebieden, vanwaaruit de verdere verspreiding op natuurlijke wijze in daarop volgende jaren kan plaatsvinden.
  3. Geen schade en introductie van exoten: bij de opzet van deze restauratieproef dient potentiële schade aan donorgebieden te worden geminimaliseerd en de introductie van uitheemse plant- of diersoorten (exoten) in de Waddenzee te worden vermeden. Daarom is er bij dit project gekozen voor donormateriaal uit de Duitse Waddenzee in plaats van bijvoorbeeld uit Engeland.
  4. Spreiding van risico in ruimte en tijd: in dit project zijn de risico’s gespreid door middel van de keuze voor een aantal verschillende donorlocaties en uitzaailocaties, alsmede een aantal verschillende verzamel- & plaatsingsmomenten.
  5. Lage kosten: het is van belang dat de financiële middelen die ter beschikking staan voor restauratie van kwetsbare natuur zo effectief en efficiënt mogelijk worden besteed aan succesvolle projecten. Kostenbesparing kan worden gerealiseerd door aanpalend wetenschappelijk onderzoek, monitoringsinspanning en projectoverleg waar mogelijk te beperken en door samenwerking met bestaande onderzoeken en monitoringsprogramma’s.

Discussie

Na twee achtereenvolgende jaren van inzaaien (2011 en 2012) en drie jaar monitoring kunnen de volgende punten van discussie worden geformuleerd:

  • Habitatgeschiktheid: Uit de resultaten van de voorgaande jaren bleek al dat de Habitatkansenkaart een waardevol instrument is om de geschikte plaatsen te kiezen en dat er inderdaad een behoorlijke hoeveelheid geschikt habitat aanwezig is in de Waddenzee. Op kleine schaal is het lastig om een nauwkeurige voorspelling te maken van de maximale geschiktheid. De Waddenzee is een dynamisch gebied, waarbij de plaatsen met de juiste hoogte en de juiste ligging ten opzicht van de golven etc. elk jaar zullen verschillen.
  • Hypoyhese van de zaadlimitatie: Alle kwantitatieve observaties lieten zien in 2013 dat zaadontwikkeling dat jaar behoorlijk was geremd. Hoewel de planten er gezond en groot uitzagen, ontwikkelde het zaad zich laat en maar weinig planten bleken aan het eind van de zomer kiemkrachtige zaden te hebben geproduceerd. De slechte groei van zeegras in 2014 na een jaar met lage zaadproductie is een erg sterke indicatie dat zaadlimitatie is inderdaad de meest waarschijnlijke oorzaak is van het gebrekkig herstel van zeegras in de Waddenzee heden ten dage.
  • Verspreiding: Het feit dat de originele zaailocaties van 2011 in Balgzand nog steeds herkenbaar zijn en gescheiden ligt van de locatie in 2012, geeft aan dat een behoorlijk gedeelte van het geproduceerd zaad lokaal ontkiemt en zich nauwelijks verspreidt. Hetzelfde werd opgemerkt in 2013 (Van Duren 2014).


Vervolg

na het afronden van het zaaiproject in 2015 bleek dat er nog een andere ziekteverwekker (Phytophthora) in de Waddenzee aanwezig is, naast de reeds bekende ziekteverwekker Labyrinthula die mogelijk de reproductie en kiemkracht van zeegraszaad aantast. Dit heeft er mogelijk toe geleid dat er veel minder kiemkrachtig zaad in Nederland is uitgezaaid dan oorspronkelijk berekend was. Ondanks het feit dat de doelstelling van het project (een robuuste populatie zeegras) niet is gehaald, adviseren Van Duren en Van Katwijk (2015) om de KWR-doelstellingen voor zeegras te handhaven. De nieuwste kansenkaart voor groot zeegras bevestigt dat er waarschijnlijk voldoende geschikt habitat in de Waddenzee is. Geadviseerd wordt om een onderzoekstraject in te zetten naar methoden om de kieming van ingevoerd zeegras te verbeteren en te zoeken naar voldoende grote geschikte bronnen van zeegraszaad. Een aantal organisaties pleiten ervoor om daar een Community of Practice (CoP) voor op te richten (Korporaal et al. 2016).



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares