Westelijke Sloehavendam


Context VN set links: model = Westelijke Sloehavendam


Set VN link, Property name = Supercontext, Property VN name = Supercontext

Model link = Westelijke Sloehavendam

Result = Dijkvakken Zeeland VN

End Set VN link


Bekleding 
Betonzuil, Betonblok, Overlaging met ecotop
Specifieke constructie 
Havendam
Voorland 
Schor, Stroomgeul, Strand
Ruimtegebruik 

Jaar 
2007
Locatie 
Walcheren
Coördinaten 
51° 27' 8", 3° 39' 37"
Dijktraject 
718 - 721



Het dijktraject Westelijke Sloehavendam en Schorerpolder was in beheer bij het Waterschap Zeeuwse Eilanden, dat nu deel uitmaakt van Waterschap Scheldestromen. Het ligt op Walcheren in de gemeente Vlissingen. Het gedeelte van de Schorerpolder heeft een lengte van ca. 300 m. De Westelijke Sloehavendam maakt onderdeel uit van het stelsel van primaire waterkeringen. De havendam heeft een lengte van ca. 1200 m en is zowel aan de Westerscheldezijde als aan de havenzijde bekleed. De totale lengte van de glooiing bedraagt hierdoor ca. 2.700 m. De dijkverbetering van het aangrenzende dijktraject aan de westzijde, de Zuidwatering, is gereedgekomen in 2003.

Bijzonderheden:

  • In verband met de mogelijke natuurcompensatie voor de aanleg van de Westerschelde Container Terminal (WCT) wordt een gedeelte van de Schorerpolder voorlopig niet in beschouwing genomen binnen het Project Zeeweringen. Dit deel is alsnog in 2013 verbeterd.


Omgevingsmanagement werkprocessen





Landschap

Voor het dijkdeel is het landschappelijk advies gelijk aan het advies dat voor het gehele Westerschelde bekken geldt, de ondertafel donker en de boventafel licht. De ondertafel zal evenwel met gekantelde blokken worden bekleed. Zolang het voorland hoog is zal dit verschil evenwel niet zichtbaar zijn. Later, ervan uitgaande dat de betonblokken in de loop van een aantal jaren met bruinwieren begroeid raken, kan de ondertafel de gewenste donkere kleur krijgen. De bekleding van de dam voldoet volledig aan de landschappelijke wensen.







Ecologie

Op basis van het detailadvies wordt een bekleding gekozen die minimaal dezelfde kansen bied aan flora en fauna als de aanwezige.

Om broedende wilde eenden niet te hinderen dienen de werkzaamheden bij voorkeur voor begin maart dan wel na begin mei te worden gestart. Indien de werkzaamheden in de periode begin maart tot eind april worden gestart, dient de vegetatie vanaf begin maart zo kort mogelijk te worden gehouden.






Referenties





Vergunningen en projectplan

Om een aanmelding voor een mer procedure te kunnen starten en om vergunningen te kunnen aanvragen wordt door het projectbureau een planbeschrijving opgesteld. Vervolgens worden door het waterschap de nodige aanvragen verzonden. Een mer beoordeling is niet nodig, zo beoordeelt de provincie, tevens wordt goedkeuring verleend ten aanzien van de wet op de waterkering.

In het kader van de Natuurbeschermingswet wordt een Habitat natuurtoets opgesteld. De aanvraag tot vergunning wordt ingediend bij de provincie. Een afschrift van de aanvraag en de ontvangstbevestiging worden doorgestuurd naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en naar het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Vlissingen. De gemeente kan een zienswijze op de aanvraag indienen. Tevens zullen belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze ten aanzien van het verzoek naar voren te brengen. De vergunning wordt verleend.

In het kader van de Flora en Faunawet is een Soortenbeschermings natuurtoets uitgevoerd. De conclusie in deze toets luidt dat er geen significante effecten zijn te verwachten en dat dus geen vrijstelling behoeft te worden aangevraagd.

Ook een vergunning Havenverordening Zeeland Seaports in verband met werkzaamheden aan de waterkering wordt aangevraagd en verleend.

Ten slotte wordt door het projectbureau aan de aannemer medegedeeld dat alle benodigde vergunningen zijn ontvangen.




















Communicatie

Voordat een werk tot uitvoering komt, wordt de planbeschrijving ter inzage gelegd zodat eventueel bezwaren kunnen worden ingebracht. Voor de duidelijkheid wordt een samenvatting opgesteld.

Met Zeeland Seaports wordt contact onderhouden over wensen op het gebied van kabels en leidingen. Hiervoor worden mantelbuizen aangelegd voordat de gepenetreerde breuksteen wordt aangebracht.

Om omwonenden en andere belangstellenden te informeren over de werkzaamheden, verspreidt het projectbureau een huis-aan-huiskrant in het voorjaar en in het najaar.








Referenties


Technisch management werkprocessen





Inventarisatie
Westelijke Sloehavendam
duinvorming

De bekleding van de Schorerpolder bestond uit vlakke betonblokken met een dikte van 0,25 m. Deze bekleding liep tot een hoogte van NAP +4,30 m door op het talud. De teen van het talud van de Schorerpolder lag ongeveer op NAP +1,0 m. De klei onder deze bekleding had een dikte van gemiddeld 0,80 m.

De teen van de Westelijke Sloehavendam liep van NAP -1 ,5 m tot NAP +1,2 m. De ondertafel van de Westelijke Sloehavendam bestond voornamelijk uit basalt en de boventafel van de havendam uit graniet. Het einde van de dam en de kop waren volledig bekleed met graniet en basalt. De dikte van de klei onder deze bekleding varieerde van 0,7 tot 1,1 m.







Toetsing
oude bekleding, graniet en basalt
Westelijke Sloehavendam, oude bekleding

Na eerdere actualisaties en controles is de laatste inventarisatie door het waterschap in 2004 verschenen. Deze is in 2005 door het projectbureau gecontroleerd waarna de vrijgave heeft plaatsgevonden.

Uit de toetsing van het dijktraject blijkt dat bijna de gehele bekleding van de Westelijke Sloehavendam en Schorerpolder niet voldoet. In de vrijgave wordt tevens vermeld dat een groot deel van de Schorerpolder op dat moment niet is meegenomen in verband met mogelijke ontpoldering. Nadat de vrijgave is opgesteld is nog onderzoek verricht naar de laagdikte van klei- en mijnsteenlaag die onder de basalt aanwezig is. Deze bleek plaatselijk dikker dan verondersteld, waardoor een strook basalt aan de buitenzijde van de havendam aansluitend op de Zuidwatering alsnog is goed getoetst.









Referenties





Ontwerp
overzicht Westelijke Sloehaven dam
aansluiten aan reeds verbeterde bekleding
afvoeren afgekeurde graniet
afvoeren duinzand

Op basis van nader bepaalde randvoorwaarden wordt de ontwerpnota opgesteld. Deze wordt door de toetsgroep goedgekeurd na het maken van enige opmerkingen.

Op het gedeelte Schorerpolder worden gekantelde betonblokken in combinatie met betonzuilen toegepast. Aan het begin van de buitenzijde van de havendam worden betonzuilen geplaatst boven de gehandhaafde basalt. Verder is gepenetreerde breuksteen toegepast op de taluds van het dijktraject en waterbouwasfaltbeton op de kruin van de havendam. Vanaf de teen tot NAP+2,0m wordt de overlaging voorzien van schone koppen om de aangroei van wier te bevorderen. Op de binnenkruinlijn worden ontluchtingsgaten aangebracht die worden gevuld met open steenasfalt. Deze dienen om overdrukken onder de bekleding te voorkomen. Er wordt een nieuwe kreukelberm aangebracht, die voor een groot deel wordt voorzien van strokenpenetratie. De berm van het gedeelte Schorerpolder wordt opgehoogd tot ontwerppeil.









Referenties





Revisietoetsing en overdracht

De rapportage van de toetsing door het waterschap en de revisietoetsing door het projectbureau zijn opgesteld en goedgekeurd waarna de overdracht plaats vindt.







Referenties


Contractmanagement werkprocessen





Contract
aanvoer breuksteen voor overlaging
aanvoer gietasfalt, te verwerken in gepenetreerde breuksteen
aanvoer betonzuilen

Tijdens het uitvoeren van een werk blijkt dat er problemen kunnen optreden of wijzigingen noodzakelijk zijn. Hiervan worden afwijkingsrapporten gemaakt die moeten worden goedgekeurd door de directie. Vervolgens wordt een vaststellings overeenkomst opgesteld, op basis waarvan de extra kosten kunnen worden gedeclareerd. Afwijkingsrapport 1 handelt over het handhaven van het aanwezige teenschot. De directie heeft eerst de mening dat dit financiële consequenties heeft (minder werk). Er hoeven namelijk geen banden en palen geleverd en geplaatst te worden en er hoeft geen basalt opgenomen, herzet en gepenetreerd te worden. De aannemer gaat er van uit dat het een innovatief contract betreft en dat dit een innovatie is waarvoor het initiatief door de aannemer genomen is. Het voordeel wat hieruit voortkomt (minder werk) zou bij de aannemer moeten blijven. Later meldt de directie dat het handhaven van de bestaande overgangsconstructie akkoord is.







Uitvoering
plaatsen nieuwe betonzuilen
overlagen oude bekleding

Voor het toepassen van betonpuin als fundering voor de onderhoudsweg wordt een melding in het kader van het bouwstoffenbesluit opgesteld. Omdat hieruit niet blijkt dat dit product niet regelmatig met zeewater in aanraking komt wordt de toestemming niet gelijk gegeven.

De directie meldt dat er overleg is geweest met Zeeland Seaports over de aan te leggen mantelbuizen en de aanwezige bebording. Hier waren geen problemen.

De directie merkt op dat tijdens het plaatsen van de betonzuilen is geconstateerd dat een deel hiervan slecht van kwaliteit was. De aannemer meldt dat hij hierover contact heeft gehad met de fabriek en dat dit te wijten is aan een productiefout. De betreffende betonzuilen zijn verwijderd en afgevoerd van het werk. De aannemer zal de fabrikant nog formeel hiervan in kennis stellen.





Referenties


Projectbeheer controleprocessen


Kerndocumenten

















































Referenties

Context VN set links: model =

Bezig met het laden van de kaart...


HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares