Inslibbing




Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = PBZ onderzoek en innovatie inslibbing

Result = PBZ onderzoek en innovatie VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = PBZ onderzoek en innovatie inslibbing

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = PBZ onderzoek en innovatie inslibbing

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = PBZ onderzoek en innovatie inslibbing

Result = PBZ onderzoek en innovatie VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = PBZ onderzoek en innovatie inslibbing

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = PBZ onderzoek en innovatie inslibbing

Result =

End Set VN link








inslibbing

Eén van de verouderingsprocessen bij een steenzetting is het inzanden en/of dichtslibben van de bekleding. Dit betreft meestal zowel de toplaag als het filter. Tot 2003 konden deze steenzettingen nog niet goed doorgerekend worden. Er werd gedaan of ze niet zijn ingezand/dichtgeslibd en vervolgens werd er vanuit gegaan dat een ingezande en/of dichtgeslibde bekleding stabieler is. Hoeveel stabieler zo’n ingezande/dichtgeslibde bekleding is, is niet te voorspellen. Een mogelijke vergroting van de stabiliteit sluit echter wel aan bij de ervaring van beheerders.

In 1997 zijn twee constructietypen, die kunstmatig zijn dichtgeslibd, beproefd in de Deltagoot (Lubbers en Klein Breteler, 2000). Na enig experimenteren was een geschikt recept gevonden om een vertrouwenwekkende inslibbing te realiseren. De bekleding bestond in de ene serie uit rechthoekige blokken en in de andere serie uit granietblokken. Er is getracht de gemeten leklengte te bepalen uit de gemeten stijghoogteverschillen. Dit lukte echter slechts matig. Het stijghoogteverloop onder de toplaag had vaak een ander verloop dan verwacht werd op grond van de leklengtetheorie. Bovendien bleek de gemeten leklengte per proef een vrij grote spreiding te hebben. Tijdens de Deltagootproeven bleef bij kleine golven het slib vrij goed zitten. Pas bij grote golven spoelde het slib geleidelijk uit de spleten van de toplaag en werd de leklengte kleiner.

Aan de hand van de proefresultaten kon worden vastgesteld dat een bekleding van granietblokken, mits goed ingewassen, stabieler is als deze volledig is dichtgeslibd. Echter, bij rechthoekige betonblokken met smalle dichtgeslibde spleten bleek een eerste initiële blokbeweging al bij een zeer lage belasting op te treden, maar schade (blok eruit) ontstond pas bij een belasting die vergelijkbaar is met die voor niet dichtgeslibde bekledingen.

De erosie van slib uit spleten tussen blokken blijkt niet alleen afhankelijk te zijn van de wisselende gradiënten op het oppervlak. Drukwisselingen onder de bekleding en of minieme blokbewegingen spelen een essentiële rol bij het erosieproces.

Ten aanzien van dichtgeslibde bekledingen zijn er een aantal vragen die met onderzoek beantwoord zouden moeten worden:

  • Spoelt het slib uit als gevolg van de waterbeweging over het talud?
  • Kan het stijghoogteverschil over de toplaag berekend worden met de gereedschappen op basis van de leklengtetheorie, zoals ANAMOS en Zsteen? En zo niet, hoe moet het dan wel?
  • Wat gebeurt er als het stijghoogteverschil groter wordt dan het eigen gewicht van de blokken: spoelt het slib dan alsnog weg na de eerste minimale beweging van de blokken?
  • Wordt de interactie tussen de blokken (klemming) groter als er, behalve inwasmateriaal, slib of zand in de spleten zit?
  • Wat gebeurt er in het filter zodra het slib uit de toplaag gaat uitspoelen of wanneer de blokken minimale bewegingen maken?

In september 2001 is een infiltratieproef uitgevoerd op een gepenetreerde steenzetting op de dijk bij Kruiningen (Meijers 2002). Deze praktijkproef heeft ook het inzicht in de fysische verschijnselen bij het uitspoelen van slib sterk vergroot. Tijdens de infiltratieproef bleek dat uitspoelen van zand en slib daadwerkelijk optrad in de dichtgeslibde steenzetting van Doornikse blokken op de ondertafel, terwijl er een groot stationair stijghoogteverschil aanwezig was. Hierbij zijn in verband met de dichtgeslibde bekledingen twee opmerkingen te plaatsen:

  • zand en slib blijken uit te spoelen als het opwaartse verhang in de spleten maar groot genoeg wordt.
  • Hoe groot ‘groot genoeg’ is kan wellicht voor de Doornikse blokken bij Kruiningen worden geschat aan de hand van de proefresultaten. Dit zal echter ook samenhangen met de vorm en de breedte van de spleten tussen de blokken. Dit verschilt voor Doornikse blokken, granietblokken, betonblokken en andere bekledingstypen.





Referenties


HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares