Verplanten Zeegras toepassingen



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = PBZ onderzoek en innovatie Verplanten Zeegras Toepassen

Result = PBZ onderzoek en innovatie VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = PBZ onderzoek en innovatie Verplanten Zeegras Toepassen

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = PBZ onderzoek en innovatie Verplanten Zeegras Toepassen

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = PBZ onderzoek en innovatie Verplanten Zeegras Toepassen

Result = PBZ onderzoek en innovatie Verplanten Zeegras VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = PBZ onderzoek en innovatie Verplanten Zeegras Toepassen

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = PBZ onderzoek en innovatie Verplanten Zeegras Toepassen

Result =

End Set VN link



Verplaatsing in 2007

Nadat het besluit gevallen was dat met een grootschalige proef bekeken zou worden of zeegras uit de werkstrook verplaatst kon worden, werd gezocht naar geschikte mitigatielocaties in de Oosterschelde. De eerste donorlocatie werd de Slikken van Viane (ten westen van het aanwezige schor). Er werden twee mitigatielocaties uitgezocht. De eerste mitigatielocatie was “Krabbenkreek Zuid”, ten noorden van het Schor van Sint Annaland. De tweede mitigatielocatie was “Dortsman Noord”, op enkele honderden meters ten zuiden van de dijk bij Stavenisse. Voorafgaand aan de daadwerkelijke verplaatsingen in 2007 is door projectbureau Zeeweringen een passende beoordeling opgesteld om de effecten te toetsen aan de Natuurbeschermingswet 1998. Omdat uit de Zeegrastoets 2007 bleek dat eind mei of begin juni het meest geschikt was (voor zeegras niet te laat en weinig vogels die verstoord worden) was het tijdspad tussen aanvraag Natuurbeschermingswetvergunning en daadwerkelijke uitvoering te kort. De provincie Zeeland omarmde het initiatief en besloot bij hoge uitzondering een gedoogbeschikking zeegrasmitigaties af te geven die pas later werd omgezet in een definitieve NB-wet vergunning. De werkzaamheden zijn openbaar aanbesteed en uitgevoerd door BTL uit Bruinisse. Voor de verplaatsingen zijn innovatieve oplossingen bedacht door BTL, met name voor het rooien en verplaatsen van zeegrasplaggen.

2008 Roelshoek.jpg
2011 Roelshoek.jpg

In het veld zijn diverse soorten plots aangelegd. De “kansrijke” plots met weinig zeegrasplaggen en de “veilige” zeegrasplots met bijna het dubbele aan plaggen. De helft van de plots werd aangelegd met maatregelen tegen wadpieren (vrijwel overal een schelpenbehandeling, een klein deel in de “Krabbenkreek Zuid” met netten). De andere helft bleef onbehandeld.

Direct na de uitvoering werd een monitoringsprogramma opgestart.


Daarnaast zijn de uitvoeringswerkzaamheden met alle partijen geëvalueerd en vastgelegd in een rapportage evaluatie incl bijlagen De Radboud Universiteit Nijmegen heeft een wetenschappelijk artikel over de resultaten geschreven (m.vankatwijk@science.ru.nl).

Verplaatsing in 2008

In december 2007 werden twee nieuwe migratielocaties uitgekozen. Deze locaties “Roelshoek” (nabij Krabbendijke) en “Krabbenkreek Noord” (nabij Sint Philipsland) werden toegevoegd aan de bestaande locaties “Dortsman Noord” en “Krabbenkreek Zuid”. Wel werd besloten om op de locatie “Dortsman Noord” een plantlocatie te kiezen dichter bij de dijk en de natuurlijke zeegrasvelden.

Zeegras kwam ook ditmaal van de Slikken van Viane waar in 2010 de dijkversterking Oosterlandpolder gepland stond. Eerst werd zeegras weggehaald ten oosten van het schor, daarna ten westen (dit laatste werd ook gedaan in 2007). Ook nu werd een natuurtoets opgesteld en volgde een ontwerpbeschikking.



De aanplanten vonden eind mei als eerste plaats op “Krabbenkreek Noord”. Begin juni gevolgd door “Roelshoek”, “Krabbenkreek Zuid” en “Dortsman Noord”. Resultaten van verplaatsen en monitoringen zijn vervat in:

Verplaatsing in 2009

In 2009 vonden geen verplaatsingen plaats. Wel werd er grootschalig gemonitord en werden leerpunten meegenomen naar toekomstige mitigaties. Eind 2009 kwam men er bij voorbereidingen voor de dijkversterking Oosterlandpolder achter, dat dicht tegen het schor in de werkstrook een groot zeegrasveld stond. Dit werd ingemeten en er werd met de provincie overeengekomen dit voorafgaand aan de uitvoering van het dijkwerk (april 2010) al “blind” weg te halen.

Documenten verplaatsing 2009

Verplaatsing in 2010

Voor de verplaatsingen in 2010 werd wederom een natuurtoets opgesteld en een vergunning verleend.

Verplaatsing in 2010 vond plaats in twee keer. Als eerste werd in maart “blind” (het zeegras was nog niet opgekomen, er werd gebruik gemaakt van metingen) een zeegrasveld weggehaald vlak voor de start van de dijkversterking van de Oosterlandpolder in april. Het zeegras zou worden verplaatst naar “Roelshoek”. Hier bleven een dumper en een kraantje steken in het slik en deze moesten tijdens hoogwater worden geborgen. Afgesproken werd uit te wijken naar “Krabbenkreek Noord” Toestemming provincie wijziging locaties. Dit jaar waren er twee nieuwe aanpakken. Een deel van de schelpenbehandeling werd niet ingegraven, maar ingefreesd middels een handfrees. Daarnaast werd er handmatig een klein veldje scheuten gepland, zoals gebruikelijk was bij verplaatsingen op de Waddenzee.

De tweede keer (juni) werd verplaatst in de Krabbenkreek zelf. De donorlocatie was het veld in de werkstrook van het dijktraject Abraham Wissepolder (uitvoering gepland in 2011). Het zeegras werd verplaatst naar de locatie “Krabbenkreek Noord”, enkele honderden meters verderop.

Resultaten van verplaatsing en monitoring staan weergegeven in:

In de Oosterlandpolder werd na de dijkversterking de werkstrook deels voorzien van een schelpenbehandeling om herkolonisatie van zeegras te stimuleren.

Verplaatsing in 2011

De resultaten fluctueerden nogal, maar zagen er aanvankelijk positief uit. Ook vanuit de doelstellingen KaderRichtlijn Water (KRW) werden financiële middelen vrijgemaakt om meer onderzoek te doen. Een van de doelstellingen is namelijk een toename van areaal Klein zeegras in de Oosterschelde proberen te bewerkstelligen. In de onderzoeksgroep werd besloten aanvullende proeven uit te voeren (bekostigd door de KRW, maar ook door NIOZ en Radboud Universiteit) en de laatste verplaatsingen in het kader van project Zeeweringen in één passende beoordeling en één contract te vervatten.

Hiervoor werd dus weer een Passende Beoordeling geschreven en werd toestemming verleend.

In 2011 vond verplaatsing van zeegras plaats vanuit het Goese Sas waar in 2012 de dijk van het traject Wilhelminapolder, Oost-Bevelandpolder zou worden versterkt. Dit zeegras werd verplaatst naar “Roelshoek”. Op deze locatie werd nu gewerkt met draglineschotten. Zo werd een snelle uitvoering gerealiseerd (de snelste tot nu toe) en er ontstonden geen problemen voor materieel zoals in 2010.

Resultaten van verplaatsing en monitoring staan weergegeven in:

Verplaatsing in 2012

In de week van 11 - 15 juni 2012 zijn de zeegrasverplaatsingen van Krabbenkreek Noord naar Viane Oost uitgevoerd. Het gaat om zeegras uit de toekomstige werkstrook van het dijktraject Sint Philipsland (uitvoering 2013). Dit zeegras is geplaatst in de werkstrook van de Oosterlandpolder (2010) waar bij eerdere verplaatsingen zeegras is weggehaald. Deze werkstrook is bij de dijkversterking in 2010 te hoog afgewerkt om herkolonisatie van zeegras te bespoedigen. De transplantaties werden uitgevoerd door firma BTL, in opdracht van projectbureau Zeeweringen. Het project werd begeleid door medewerkers van de Radboud Universiteit Nijmegen. Voorafgaand aan de transplantaties is BTL op 29 mei 2012 begonnen met herstelwerkzaamheden in de werkstrook van Viane Oost. De stenen werden verwijderd en de werkstrook werd afgegraven tot op een voor klein zeegras gunstig niveau. Het aanleggen van plots op Viane Oost is voltooid op 14 juni. In de week van 15 - 19 juni is de nulmeting uitgevoerd op deze nieuwe plots. Naast de mitigatiewerkzaamheden is ook een zogenaamde reciprokeproef uitgevoerd op de donorlocatie. Omdat dit jaar de zeegraslocatie ook verlaagd moest worden was ook hiervoor een vergunning vereist.

Resultaten van verplaatsing en monitoring staan weergegeven in:

Verplaatsing in 2013

Uitzaaiingen klein zeegras in Roelshoek

In 2013 is geen zeegras verplaatst, wel is de monitoring voortgezet. Tevens is er speciale aandacht gevestigd op de aanpak van de werkstroken.

Resultaten van de monitoring staan weergegeven in:

Verplaatsing in 2014

In 2014 is de monitoring verder voortgezet.

Gezien de ontwikkelingen va het zeegras is tevens een verzoek ingediend voor extra monitoring:



Referenties



HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares