Transplantatie groefwier






Groefwier Oosterschelde (Bureau Waardenburg)

In 2015 is door projectbureau Zeeweringen dijkversterking Sint Annaland uitgevoerd. Dit was de belangrijkste groeilocatie voor het zeldzame groefwier (Pelvetia canaliculata) in Nederland. Dit bruinwier komt vanouds op een beperkt aantal plaatsen langs de Oosterschelde voor, maar als gevolg van de vervanging van oorspronkelijke steenbekleding is de soort op diverse locaties verdwenen. De groeilocatie in Sint Annaland is daardoor de enige resterende groeilocatie met een redelijke omvang.


Om de groefwierpopulatie in Sint Annaland te behouden, werd in 2015 een transplantatie van basaltzuilen met groefwier uitgevoerd. Met het transplanteren was in Nederland tot dan toe geen ervaring. De transplantatie heeft geleid tot behoud van groefwier in 2015 en de eerste jonge groefwiertjes op de nieuwe betonzuilen in 2016. De groeiplaats van de soort in de Oosterschelde is door maatwerk behouden. Echter, voor volledig herstel en een groefwierpopulatie die zichzelf in stand houdt, is meer tijd nodig.


Om de transplantatie van het groefwier goed uit te kunnen voeren, werden in 2014 enkele kleinschalige experimenten uitgevoerd:

  • Zandkreekdam: hier werden verschillende kleinschalige proeven ingericht om drie technieken te testen: herplaatsen, zagen en neerleggen. Het doel was om zo veel mogelijk kennis te vergaren en zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de inspanningen bij Sint Annaland.
  • Burghsluis: aanvullend werd hier een inspanning gedaan om de daar aanwezige populatie groefwier te sparen tijdens de werkzaamheden in 2014.


Na deze kleinschalige proeven werd overgegaan op het transplanteren van groefwier op de locatie Sint Annaland in 2015. Eerst werd de dijkbekleding op het groefwier afgestemd, en over anderhalve kilometer gebruik gemaakt van een toplaag met basaltsplit (een droog materiaal). Daarna werden 700 basaltzuilen begroeid met groefwier verspreid over de nieuwe dijkglooiing neergelegd. De methode bestond uit basaltzuilen uit de helling nemen, opslaan tijdens de werkzaamheden (april-augustus) en terugplaatsen op de nieuwe glooiing. Er werd steeds gewerkt over een traject van anderhalve kilometer en hoog in de getijdenzone (groefwierzone). In 2016 wijst de monitoring uit dat er sprake is van een succes: jonge groefwiertjes zijn nu ook gevonden op de nieuwe betonzuilen. De groeiplaats van de soort in de Oosterschelde is door maatwerk behouden.

Projectleider: Peter Meininger



Innovatieprocesstappen



Bepalen scope

Bij de verbeterting van de steenbekleding op dijken ontstaat schade aan de aanwezige flora en fauna. In veel situaties weet de natuur zich binnen enkele jaren in meer of mindere mate te herstellen. In hoeverre bijzondere soorten terugkomen hangt mede af van de toegepaste materialen. Eén van de doelstellingen van het Projectbureau was dat een nieuwe constructie ten opzichte van de oude constructie minimaal gelijkwaardige natuurwaarden moet opleveren. Er mag dus geen verarming van de natuurwaarden optreden, en indien mogelijk worden de omstandigheden voor de natuur zelfs verbeterd.

Een van de bijzondere soorten van het harde substraat is groefwier (Pelvetia canaliculata). Dit bruinwier komt vanouds op een beperkt aantal plaatsen langs de Oosterschelde voor. De Oosterschelde is zelfs het enige gebied in Nederland waar deze soort gevonden is (Meijer, 2012). Groefwier hecht zich permanent aan de ondergrond (hard substraat in de vorm van o.a. basaltzuil). Indien deze bevestiging wordt verbroken kan deze niet worden hersteld. De soort wordt dus wordt verwijderd als substraat wordt verwijderd, waarna herstel afhankelijk is van voortplanting met sporen.




Evaluatie

Uit het onderzoek blijkt dat groefwier getransplanteerd kan worden. Het hanteren van de zuilen tijdens de werkzaamheden leidt tot directe schade, maar na transplantatie overleeft het groefwier of treedt er zelfs uitbreiding op, door de aanwas van nieuwe individuen groefwier. Uit de transplantatie proef blijkt dat overleving hoog is bij zagen (100%) en neerleggen (95%) en laag voor herplaatsen (60%) en nihil bij het transplanteren van stukjes inwassing (0%).






Onderzoek naar oplossingen
Groefwier Oosterschelde

Behoud van groefwier, waarbij groefwier wordt behouden door rekening te houden met groefwier tijdens de werkzaamheden (proef 4 Burghsluis) is de meest effectieve techniek om groefwier te sparen. Daarnaast is neerleggen een te overwegen optie, waarbij de overleving goed is en de tijdsinvestering gering. Er moet bij deze techniek echter wel rekening gehouden worden met directe schade en zwaar tilwerk.

Voor het werk bij Sint Annaland, waar behoud van basalt een uitvoeringstechnisch onhaalbare optie was, is geadviseerd om “neerleggen van groefwierzuilen” toe te passen als transplantatie techniek ter behoud van groefwier. Door grote aantallen zuilen neer te leggen op verschillende delen van het nieuwe dijktraject kan groefwier behouden worden. Daarnaast kan er, wanneer voortplanting plaatsvindt en nieuwe individuen groefwier gaan groeien, mogelijk vanuit de getransplanteerde zuilen kolonisatie plaatsvinden van de nieuwe steenbekleding.




Toepassen

In 2015 zijn dijkversterkingswerkzaamheden uitgevoerd bij Sint Annaland. Dit was de belangrijkste groeilocatie voor het zeldzame groefwier in Nederland. Om de groefwierpopulatie in Sint Annaland te behouden is een transplantatie van groeilocaties met groefwier uitgevoerd.




Uitvoeren van proeven
Opnemen basalt met groefwier (Bureau Waardenburg)
Neergelegde basalt voor transplantatie (Bureau Waardenburg)

Om de transplantatie van het groefwier goed uit te kunnen voeren zijn er in 2014 enkele kleinschalige experimenten uitgevoerd:

  • Zandkreekdam: hier zijn verschillende kleinschalige proeven ingericht waarin drie technieken zijn uitgetest: herplaatsen, zagen en neerleggen. Het doel was om zo veel mogelijk kennis te vergaren en zo goed mogelijk voorbereid te zijn op de inspanningen bij Sint Annaland;
  • Burghsluis: aanvullend is hier een inspanning gedaan om de daar aanwezige populatie groefwier te sparen tijdens de werkzaamheden in 2014.













Referenties
HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares