Opstellen voorontwerpnota



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Opstellen voorontwerpnota

Result = PBZ VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Opstellen voorontwerpnota

Result = Voorontwerpnota VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Opstellen voorontwerpnota

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Opstellen voorontwerpnota

Result = Ontwerpen VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Opstellen voorontwerpnota

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Opstellen voorontwerpnota

Result =

End Set VN link








Na de keuze voor de bekleding van het onderbeloop kan de bekleding van de andere dijkonderdelen worden bepaald. De keuze van de bekleding in de kreukelberm, op de berm, op plateaus en eventueel op het bovenbeloop, de kruin en het binnenloop van de dijk verloopt sneller dan die van het onderbeloop, omdat er minder alternatieven zijn. Daarnaast zijn de technische, ecologische en andere bekledingsvoorkeuren op deze onderdelen van het dijkprofiel in het algemeen vaak hetzelfde. Na deze stap wordt het proces van het voorontwerp afgerond en de voorontwerpnota opgesteld.

Kreukelberm

Voor de kreukelberm komen de volgende bekledingstypes in aanmerking:

  1. Losse breuksteen;
  2. Vol en zat gepenetreerde breuksteen;
  3. Patroongepenetreerde breuksteen.

In de praktijk wordt vrijwel altijd losse breuksteen toegepast, omdat dit bekledingstype de beste prijs-sterkteverhouding heeft, het meest flexibel is en ook ecologisch de voorkeur heeft. Alleen bij een steil voorland (tanQ > ca. 0,1) en een grote hydraulische belasting (Hs > ca. 4 m) wordt gekozen voor vol en zat gepenetreerde breuksteen. Patroongepenetreerde breuksteen wordt niet of nauwelijks meer toegepast, omdat het in de praktijk niet mogelijk blijkt om het gros van de stenen vast te leggen zonder dat de bekleding aan de onderkant dichtvloeit met gietasfalt. Verder is de prijs-sterkteverhouding zeer ongunstig: de prijs (per m dikte) is vrijwel gelijk aan die van vol en zat gepenetreerde breuksteen, de (reken)sterkte (per m dikte) is niet of nauwelijks groter dan bij losse breuksteen.

Onderhoudsstrook

Ten behoeve van beheer en onderhoud wordt de bermstrook verhard die aansluit op het onderbeloop. De volgende bekledingstypes komen in aanmerking:

  1. Wegenbouwasfaltbeton;
  2. Open steenasfalt (OSA) afgestrooid met grond en ingezaaid met gras.

Standaard wordt gekozen voor wegenbouwasfaltbeton. Alleen bij specifieke eisen vanuit ecologie of recreatie wordt OSA toegepast.

Plateaus

Voor plateaus komen de volgende bekledingstypes in aanmerking:

  1. Waterbouwasfaltbeton (WAB);
  2. Wegenbouwasfaltbeton;
  3. Open steenasfalt (OSA) afgestrooid met grond en ingezaaid met gras.

Als het plateau onder ontwerppeil ligt en niet intensief berijdbaar hoeft te zijn, wordt gekozen voor WAB of OSA. Als het plateau onder ontwerppeil ligt en berijdbaar moet zijn, bijv. omdat het gebruikt wordt als parkeer- of haventerrein, wordt gekozen voor wegenbouwasfaltbeton. Als het plateau op of boven ontwerppeil ligt, wordt een onderhoudsstrook aangebracht en wordt de rest meestal gelaten zoals het is.

Restant berm en bovenbeloop

Voor het restant van de berm (naast de onderhoudsstrook) en het bovenbeloop komen de volgende bekledingstypes in aanmerking:

  1. Grasbekleding;
  2. Kleibekleding;
  3. Open steenasfalt (OSA);
  4. Oploopremmende bekleding van zuilen of breuksteen.

Standaard wordt gekozen voor herstel van het meestal aanwezige gras. De beheerder is daarbij verantwoordelijk voor een optimale graskwaliteit. Als de hydraulische belasting ook voor een optimale grasbekleding te groot is (Hs > ca. 3 m) of als op verzoek van de beheerder besloten is de dijk overslagbestendig te maken, wordt gekozen voor een bekleding van erosiebestendige klei of OSA.

Als er een significant kruinhoogtetekort is, dan wordt op verzoek van de beheerder op het bovenbeloop soms een oploopremmende steenbekleding aangelegd. Deze kan bestaan uit zuilen met variƫrende dikte of uit losse of gepenetreerde breuksteen. Losse breuksteen levert daarbij (verreweg) de beste verhouding tussen prijs en oploopreductie. Omwille van esthetiek en landschap wordt echter veelal gekozen voor zuilen.

Kruin en binnenbeloop

Voor de kruin en het binnenbeloop van de dijk komen de volgende bekledingstypes in aanmerking:

  1. Grasbekleding;
  2. Kleibekleding;
  3. Open steenasfalt (OSA).

Standaard is een grasbekleding aanwezig die hersteld wordt als ze vergraven wordt (bijv. bij een tijdelijke dijkovergang). Als er een significant kruinhoogtetekort is, dan wordt op verzoek van de beheerder de dijk soms overslagbestendig gemaakt met een erosiebestendige bekleding van klei of OSA op de kruin en het binnenbeloop.

Meer informatie

Voor meer informatie over toetsen en ontwerpen, zie: het document Handleiding toetsing en ontwerp en de pagina Handreiking dijkbekledingen.



Referenties


HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares