Nieuw Othenepolder


Context VN set links: model = Nieuw Othenepolder


Set VN link, Property name = Supercontext, Property VN name = Supercontext

Model link = Nieuw Othenepolder

Result = Dijkvakken Zeeland VN

End Set VN link


Bekleding 
Betonzuil, Basalt, Gekantelde blokken
Specifieke constructie 
Havendam
Voorland 
Slik
Ruimtegebruik 

Jaar 
1998
Locatie 
Oost-Zeeuws-Vlaanderen
Coördinaten 
51° 20' 27", 3° 52' 14"
Dijktraject 
317 - 385,6



Het dijkvak van de Nieuw-Othene-, Margaretha- en Eendragtpolder was in beheer bij het Waterschap De Drie Ambachten, tegenwoordig is dit dijkvak gelegen in waterschap Scheldestromen. Het bestaat uit een westelijk vak van 2650 m (een deel van de zeedijk van de Nieuw-Othenepolder en de gehele zeedijk van de Margarethapolder) en een oostelijk vak van ongeveer 2000 m (een deel van de zeedijk van de Eendragtpolder). Tussen deze twee vakken ligt het dijkvak van de Kleine Huissenspolder en de Eendragtpolder dat tot de werken van 1997 van Project Zeeweringen behoort.

Bijzonderheden

  • In de ontwerpfase zijn deze dijkvakken als een geheel beschouwd, alhoewel er een project uit 1997 tussen ligt (Kleine Huissens-Eendragt). Tijdens de uitvoering is het westelijk deel verder onderverdeeld in twee delen. Zo ontstonden drie percelen die ieder apart zijn uitgevoerd door verschillende aannemerscombinaties.
  • Te overlagen ondertafels zijn later in een apart bestek uitgevoerd.
  • In verband met de golfgrootte onder maatgevende omstandigheden zijn blokken boven de berm, op het bovenbeloop geplaatst.
  • Tijdens het ontwerp waren de definitieve golfrandvoorwaarden nog niet beschikbaar.
  • Er zijn blokken op hun kant met afstandhouders geplaatst.
  • Na aanleg is in 2003 schade ontstaan op een overgangsconstructie, deze is hersteld in 2004.
  • Er was schade aan twee woningen. De bewoners claimden dat deze door transporten op de weg waren ontstaan. Dit was echter niet aantoonbaar.


Omgevingsmanagement werkprocessen





Ecologie

Voor de invulling van flora en fauna waarden waren geen specifieke documenten voor handen. Voor de ecologische toepasbaarheid wordt gebruik gemaakt van de informatie uit de Milieu-inventarisatie.







Vergunningen

Het ontwerpplan dient als basis tot het verkrijgen van goedkeuring door de provincie. Die legt het ter visie en er kunnen zienswijzen worden ingediend. Zowel de Zeeuwse Milieufederatie als De Steltkluut hebben gereageerd. Zij spreken hun bezorgdheid uit over de in het ontwerp geplande onderhoudsweg, die na aanleg recreanten zal aantrekken. Hierdoor zullen foeragerende wadvogels ernstig worden gestoord. De Steltkluut komt met een aanvulling waardoor de verstoring minder ernstig is, namelijk de aanleg van een buitendijkse vluchtplek. Het dagelijks bestuur van het waterschap De Drie Ambachten heeft gereageerd op bovenstaande reacties, waarbij is geconcludeerd dat het ontwerpplan geen wijzigingen behoeft.









Referenties





Communicatie

Een voorgenomen werk wordt eerst door het waterschap goedgekeurd en dan aan het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland aangeboden ter goedkeuring. Na goedkeuring wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd bij het Waterschap De Drie Ambachten. Voor die gelegenheid is een samenvatting van het ontwerpplan opgesteld.

Er is contact geweest met vertegenwoordigers van de bevolking van Griete over het strandje naast de havendam. De bewoners wilden het strandje verbeteren, waarop hiertoe enige steun is toegezegd.





Referenties





Juridische Zaken

Gunnen per perceel of het totale werk

In de uitnodiging aan de aannemers om voor dit dijktraject in te schrijven werden zowel de prijs voor het hele traject als per perceel gevraagd. De onderafdeling Contractzaken heef medegedeeld dat het Rijk voornemens is het werk per perceel op te dragen aan de laagste inschrijvers van de afzonderlijke percelen. De gunning is gemotiveerd, per perceel en op basis van goedkoopste aanbieding. De laagste aanbieder van het hele project heeft het voornemen om arbitrage aan te vragen.

Afstandhouders

Er zijn juridische problemen omtrent de aanschaf van afstandhouders. De aannemer meent aanspraak te kunnen maken op verrekening van de toe te passen afstandshouders tussen de op z'n kant te plaatsen betonblokken, daar in deel 2 van het bestek niet de hoeveelheid afstandshouders is vermeld. De directie deelt mede dat bij de Inlichtingen besproken is, hoe naar de mening van de opdrachtgever de voeg in stand dient te worden gehouden, doch dat het de aannemer vrij staat om een alternatieve methode in te dienen. Indien de aannemer meent voor verrekening in aanmerking te komen, dient de motivatie op schrift bij de directie U.A.V. ingediend te worden.

Schade aan de wegen

Ten gevolge van transport werkzaamheden is schade opgetreden aan de wegen van het waterschap. Deze worden vergoed door het Projectbureau Zeeweringen. Uiteraard kunnen de bedragen niet worden afgerond, zoals blijkt uit een korte briefwisseling.

Schade aan bebouwing

Zowel de bewoners van Zaamslag Griete 1 en Griete 3 hebben gemeld dat er schade aan hun woningen was opgetreden. Deze schade is onderzocht waaruit bleek dat er geen verband kan worden aangetoond tussen de schade en de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van de dijkwerken.







Transportroutes

De gemeente Terneuzen is benaderd over het gebruik van transportroutes om de werken te bevoorraden.





Referenties


Technisch management werkprocessen





Inventarisatie

De bekleding van de ondertafel bestond van onder naar boven globaal uit Doornikse bloksteen, koperslakblokken en basaltzuilen, de boventafel was bekleed met betonblokken op klei. Voor een deel van het dijkvak was de berm bekleed met asfalt, voor een ander deel met betonblokken; de rest van de berm en het bovenbeloop boven de berm was bekleed met gras. In de glooiing van het dijkvak bevindt zich bovendien de aansluiting op de havendam van De Griete.







Toetsing
basalt, Doornikse steen, koperslakblokken, betonblokken diaboolblokken

In de beginjaren werd de toetsing uitgevoerd door het Projectbureau Zeeweringen. Deze werd verwoord in de ontwerpnota. De bekledingen van Doornikse bloksteen zijn grotendeels als ‘onvoldoende’ beoordeeld en de bekledingen van koperslakblokken zijn geheel als ‘onvoldoende’ beoordeeld, alle op grond van de stabiliteit van de toplaag. Deze bekleding is geavanceerd getoetst waarbij is onderzocht in hoeverre klemming optrad. In wordt de methode omschreven. In kennisnotitie K991263 “Margaretha trekproeven” worden de resultaten van de trekproeven aan koperslakblokken in de Margarethapolder geanalyseerd en wordt de conclusie getrokken dat er onvoldoende klemming is om tot goedkeuring te kunnen komen.

De bekledingen van basaltzuilen, die zich bovenin de ondertafel bevonden, zijn voor de Nieuw-Othenepolder en voor een deel van de Eendragtpolder als ‘onvoldoende’ beoordeeld. Voor de Margarethapolder en het andere deel van de Eendragtpolder is de basaltbekleding als ‘goed’ beoordeeld. De gehele boventafel van betonblokken is beoordeeld als ‘onvoldoende’.






Referenties





Ontwerp
nieuwe betonzuilen, goed getoetste basalt, te overlagen Doornikse steen

De aanpassingen worden uitgevoerd op basis van een ontwerpnota. Omdat het dimensioneren van blokken op hun kant nieuw is, is de methode onderwerp geweest van een WL studie ‘casestudie veiligheidsbeoordeling blokken op kant Margarethapolder’, waarin voornamelijk de invloed van de (gekozen) spleetbreedte is geanalyseerd.

In de meest westelijke 100 m van het dijkvak, in de Nieuw-Othenepolder bij de sluis, wordt tot aan NAP+2 m een bekleding van basaltzuilen aangebracht, op grond van de specifieke wens dat de bekleding ter plaatse visueel aantrekkelijk moet zijn. Boven NAP+2 m worden betonzuilen (zonder ecotop) aangebracht. Een strook onderin het bovenbeloop wordt bekleed met liggende betonblokken, die kunnen worden hergebruikt uit de bestaande bekleding.

In het resterende deel van de Nieuw-Othenepolder (ongeveer 600 m) wordt tot aan NAP+2 m een bekleding van gekantelde betonblokken aangebracht. De keuze is gebaseerd op het uitgangspunt van optimaal hergebruik. Ook op dit gedeelte worden daarboven betonzuilen (zonder ecotop) aangebracht. Een strook onderin het bovenbeloop wordt bekleed met liggende betonblokken. In de Margarethapolder (ongeveer 2 km) wordt de bekleding van de ondertafel vooralsnog gehandhaafd. De basaltbekleding bovenin de ondertafel is beoordeeld als ‘goed’. Onderin de ondertafel bevinden zich lokaal bekledingen van Doornikse bloksteen en koperslakblokken die moeten worden verbeterd; dit zal in een later stadium door middel van overlaging met breuksteen worden gedaan. Voor de boventafel wordt ook hier gekozen voor betonzuilen (zonder ecotop). Een strook onderin het bovenbeloop wordt bekleed met liggende betonblokken.

Voor de glooiing onder de aansluiting met de havendam van De Griete wordt gekozen voor een bekleding van basaltzuilen. De boventafel wordt hetzelfde behandeld als de rest van de Margarethapolder: betonzuilen (zonder ecotop). Een strook onderin het bovenbeloop wordt bekleed met liggende betonblokken. Dit gebeurt bij ontwerpgolven die groter zijn dan 2,3m. Op de glooiing onder de aansluiting met de havendam wordt de bekleding van de ondertafel doorgetrokken. Dit is niet direct gebaseerd op toetsing, maar op de algemene lijn die op dit gebied binnen het Project Zeeweringen wordt gevolgd: voor het ontwerp wordt uitgegaan van de situatie waarin aansluitende havendammen niet meer aanwezig zijn.

In het westelijke deel van de Eendragtpolder (voor zover die onder dit ontwerp valt), over een lengte van ongeveer 850 m, wordt tot aan het niveau NAP+1,3 m een bekleding van gekantelde betonblokken aangebracht. De keuze is gebaseerd op het uitgangspunt van optimaal hergebruik. Boven NAP+1,3 m wordt een bekleding van betonzuilen (zonder ecotop) aangebracht. Een strook onderin het bovenbeloop wordt bekleed met liggende betonblokken.

In het meest oostelijke deel van het dijkvak, over ongeveer 2150 m in de Eendragtpolder, wordt de bestaande ondertafel vooralsnog gehandhaafd. De ‘onvoldoende’ bekleding van koperslakblokken die zich hier lokaal onderin de bekleding bevindt, zal later door middel van overlaging met breuksteen worden verbeterd. De bestaande grasbekleding op het bovenbeloop voldoet op dit gedeelte.







Referenties





Revisie en overdracht

In perceel 1 van dit werk is de bekleding aan de oostzijde van de uitwateringssluis in de Nieuw Othenepolder vervangen. De bekleding is uitgevoerd in basalt. Uit de toetsing (zie memo Werkgroep Kennis nr. K-01-06-42) van deze bekleding is gebleken dat deze niet voldoet en vervangen moet worden.

Dit is uitgevoerd in 2001 in bestek ZL-51 09, Ser Lippens- en Nieuw Othenepolder. Tijdens de uitvoering van dat werk is de bekleding vervangen door betonzuilen hoog 0,45 m met een dichtheid van 2700 kg/m3 waarbij ook de kleilaagdikte is aangepast.

Ter plaatse van perceel 2 is na oplevering, in het jaar 2002, schade opgetreden aan de overgang tussen goedgekeurde basaltzuilen op de ondertafel en nieuw geplaatste betonzuilen op de boventafel. De basalt is opgemeten en de hoogte was gemiddeld 0,26m. Over de lengte van de nieuw te plaatsen zuilen is enige discussie geweest. Het resulteerde in een sortering 28-32cm. Het herstel vond plaats in 2004.

In de tijd tussen het gereedkomen van het werk in 1998 en de overdracht in 2008 zijn meerdere toetsingen uitgevoerd. Deze worden in chronologische volgorde kort behandeld. In de eerste rapportage van de toetsing waren meerdere gegevens niet goed ingevoerd. Na aanpassing waren er twee meer algemene problemen bij het toetsen. Zowel voor overlagingen als voor blokken boven de berm waren geen goede toetsmethodieken ontwikkeld. Bij de volgende toetsing bleken er geen bekledingen te zijn die niet goed waren te toetsen. Wel was er nog twijfel aan de toetsing van de blokken boven de berm. Deze twijfel is weggenomen in een notitie waarin de steentoets invoer is aangepast aan de ter plaatse geldende omstandigheden, het filtermateriaal had een kleinere korrelgrootte en de voegbreedte was groter. De getekende revisietoetsing is mede tot stand gekomen op basis van kennisnotitie K030915 blokken boven berm waarin wordt onderbouwd dat de blokken in de oploopzone kunnen worden goedgekeurd, ook al worden ze in steentoets niet goedgekeurd.

De overdracht van de drie percelen vond plaats in 2008, met uitzondering van de overlaagde ondertafels. Deze zijn afzonderlijk overgedragen.










Referenties


Contractmanagement werkprocessen





Uitvoering
aanbrengen nieuwe bekleding

Omdat dit dijkvak in drie percelen is onderverdeeld en er ook drie verschillende aannemers combinaties bij betrokken waren wordt dit deel per perceel behandeld.

perceel 1

Perceel 1 Nieuw-Othenepolder, Margarethapolder, dijkpaalnummer 372 tot 385,6. In eerste instantie was het de bedoeling om afgekeurde basalt in de kreukelberm te verwerken. Verder wordt medegedeeld dat de blokken op z'n kant niet ingewassen moeten worden, in tegenstelling tot wat het bestek vermeld is. Het besluit om afgekeurde basalt in de kreukelberm te verwerken wordt in de volgende vergadering teruggedraaid.

perceel 2

Margarethapolder, deel Kleine Huissens polder, dijkpaalnummer 358,6 tot 372 Op de vraag van de aannemer, beaamt de directie, dat de ter beschikking gestelde Hydroblocks voor perceel2 in perceel1 verwerkt zullen worden ( i.v.m. de vele bochten in dit dijkvak) en dat de ter beschikking gestelde Pit Polygoonzuilen van perceel1 nu voor de rechtstand van de Margarethapolder zullen worden gebruikt. De directie meldt dat de in de vorige vergadering besproken uitruil tussen perceel 1 en 2 niet door gaat. De uitvoering zal dus conform bestek plaatsvinden. De directie stelt voor om ter plaatse van de blokken op het boventalud een opsluitconstructie toe te passen, bestaande uit palen (vurenhout), afm. 1.00xO.07xO.07 m en planken. Onder de bekleding wordt kunststofdoek aangebracht op steenslag 4/7 mm (dikte 0.05 m). Op de berm aansluitend aan het boventalud 1.00 m vlakke blokken aanbrengen.

perceel 3

Deel Eendragtpolder, dijkpaalnummer 317 tot 337 De aannemer stelt voor om in de kreukelberm niet het voorgeschreven weefsel van polypropeen (type 2) met opgestikte rietmat toe te passen maar kunststoffilterdoek, van een weefsel van polypropeen (type 2) met opgestikt non woven vlies (type 1). Dit i.v.m. uitvoeringstechnische problemen. De directie gaat akkoord met deze wijziging. Indien slechte plekken (onvoldoende draagkracht) in de bestaande constructie worden aangetroffen, moeten deze worden hersteld door ontgraving hiervan en vervolgens aan te vullen met steenslag 4/20. Blokken op hun kant moeten, in tegenstelling tot wat het bestek vermeld, niet ingewassen worden.

Het op hun kant zetten van de blokken is nog problematisch. De grip van de zuignappentang op de blokken is onvoldoende. Dit is het gevolg van niet-schone blokken en slecht weer (natte blokken).

Voor het aanbreken van de vakantieperiode dienen maatregelen te worden genomen. De aansluitingen (naden) tussen diverse bekledingen dichtgezet m.b.v. kunststofdoek en basalt, de buitenberm (onderhoudsweg) moet worden vrijgehouden, de toegang tot het werkterrein afgesloten en losliggende materialen opgeruimd. Sjorbanden mogen niet onder de nieuw aan te brengen bekleding van betonzuilen worden achtergelaten, maar moeten als afval behandeld worden

De productie bij het zetten van blokken op hun kant voldoet om verschillende redenen niet aan de verwachtingen. In de ondertafel (ongeveer 500 m2 per week) omdat de grondverbetering veel tijd in beslag neemt, in de boventafel (ongeveer 1000 m2 per week) vanwege het profileren van het talud, de weersomstandigheden en de talrijke wisselingen in de personeelsbezetting. Verder heeft de aannemer vastgesteld dat er te weinig blokken 0,5x0,5x0,2.m zijn, deze kunnen van elders aangevoerd worden. Ondanks de problemen zal het werk binnen de planning worden afgerond.

Het aanbrengen van de slijtlaag zal in het voorjaar van 1999 uitgevoerd worden nadat de slechte plekken in de onderhoudsweg hersteld zijn.




Projectbeheer controleprocessen


Kerndocumenten

































Referenties

Context VN set links: model =

Bezig met het laden van de kaart...


HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares