Toon menu Zoeken

DeltaExpertise - voor een leefbare delta

Omgevingsmanagement


Context VN set links: model = IPM Omgevingsmanagement


Set VN link, Property name = Supercontext, Property VN name = Supercontext

Model link = IPM Omgevingsmanagement

Result = GT PBZ VN, IPM VN

End Set VN link

























Stof.JPG

Omgevingsmanagement heeft als doel voldoende maatschappelijke inbedding te realiseren binnen de gestelde publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke randvoorwaarden. Dat houdt in dat er goede interactie moet zijn tussen het projectteam en de omgevingspartijen; interactie gericht op het kweken van begrip en wederzijds vertrouwen en het bevorderen van een effectieve samenwerking met alle betrokkenen (bestuurders, markt, maatschappelijke organisaties, burgers en overige belanghebbenden).

Projectplan en vergunningen

Voor elk dijktraject werd een projectplan opgesteld (108 in totaal). Voorafgaand aan de uitvoering werd elk projectplan ter inzage gelegd en moesten de nodige vergunningen worden aangevraagd. Belangrijke spelers hierbij waren waterschap Scheldestromen en provincie Zeeland.

Proces vergunningen en projectplan

Omgevingsplan en Stakeholders

Project Zeeweringen werd uitgevoerd in een complexe omgeving. De dijken worden niet alleen gebruikt voor het keren van het water. Het zijn ook plaatsen die uitermate geschikt zijn voor recreatie. Duikers, vissers, wandelaars, fietsers en zwemmers maken gebruik van de dijk. Maar ook boeren en beroepsvissers zijn op of nabij de dijk aan het werk. Bij een dijkversterking zijn veel transporten nodig voor het aan- en afvoeren van het materiaal en materieel. Vaak gaat het verkeer langs huizen en soms zelfs door dorpjes. Het is daarom belangrijk dat de omwonenden geïnformeerd worden. De gebruikers van de dijk kunnen ook meepraten en meedenken over bepaalde aspecten, zoals duiktrappen en de bereikbaarheid van strandjes.

Per dijktraject werd een omgevingsplan opgesteld, een bondig werkdocument met een opsomming van alle stakeholders, omwonenden en aanwonenden van de transportroutes. Per stakeholder werden de in te zetten communicatiemiddelen met bijbehorende planning gemeld. Zie hier een voorbeeld

Communicatie
Overlast.JPG

Projectbureau Zeeweringen hechtte veel waarde aan en zette zwaar in op goede communicatie. Het mes sneed in dit geval aan twee kanten: stakeholders voelden zich serieus genomen doordat ze tijdig en volledig op de hoogte waren van de werkzaamheden; en het projectbureau voorkwam klachten, procedures en vertraging. Dit laatste was van essentieel belang, omdat Zeeweringen te maken had met een strakke planning: uitloop was niet of nauwelijks mogelijk.

De communicatiestrategie werd vastgelegd in een beleidsplan.

Ontwerpers, projectleiders, omgevingsmanagers en communicatieadviseurs onderhielden intensief contact met stakeholders en omwonenden. Dit begon tijdens de ontwerpfase (soms 5 jaar voorafgaand aan de dijkversterking zelf) en eindigde meestal een jaar na uitvoering. Informele contacten en officiële vergaderingen werden zoveel mogelijk vastgelegd in verslagen of e-mails. Overeengekomen afspraken werden dus altijd vastgelegd, acties geregistreerd en de voortgang bewaakt.

Daarnaast communiceerde projectbureau Zeeweringen in bredere zin over waterveiligheid en veiligheid tijdens de werkzaamheden. Het verzorgde bijvoorbeeld gastlessen (met excursies n het werkgebied) op basisscholen in de direct omgeving van dijktrajecten in uitvoering. Hiermee werd bij scholieren gekweekt bewustwording voor de gevaren in en rondom het werkgebied.

Kernwaarden die het projectbureau bij de communicatie aanhield waren: Omgevingsbewust - Publieksgericht - Afspraak is afspraak.

Ecologie
Zeegrasproef

Dijken zijn kleine natuurgebieden: er leven allerlei (zeldzame) dieren en planten. Hiermee werd in het ontwerpproces rekening gehouden. Voordat het ontwerp werd gemaakt, vond een ecologische inventarisatie plaats en werd gekeken naar mogelijke ecologische ontwikkeling. Het type dijkbekleding werd mede op advies van ecologen gekozen.

De werkzaamheden moesten aan een aantal ecologische wetten voldoen:


Mitigerende Maatregelen

Bij de werkzaamheden aan de dijken was verstoring van of schade aan flora en fauna niet te voorkomen. Om snel herstel te stimuleren, paste het projectbureau verschillende typen steenbekleding toe, zoals lavasteen of nieuwe betonzuilen met een eco-top. Daarnaast stelde Zeeweringen een lijst met mitigerende maatregelen die tijdens de uitvoering getroffen moesten worden om schade en verstoring zoveel mogelijk te beperken, zoals een beperkte werkstrook of het plaatsen van paddenschermen. Naleving van deze maatregels werd streng gecontroleerd en leverde het projectbureau een aantal belangrijke Lessons Learned op. Hieronder staat een lijst met algemene, ecologische lessen. Bij de desbetreffende dijktrajecten staan specifieke lessen vermeld.


IBOS

De Oosterschelde heeft een bijzondere status, niet alleen als Nationaal Park, maar ook als recreatiegebied voor tal van water(sport)liefhebbers en als productiegebied voor de visserij. Met het oog op de natuurwaarden werd een Integrale Beoordeling van effecten van dijkverbetering op de natuurwaarden van de Oosterschelde (IBOS) opgesteld. Hierin werd voorgeschreven hoe de verschillende dijktrajecten over het Oosterscheldegebied verdeeld moesten worden. Dit beperkte de flexibiliteit in uitvoering in sterke mate.


Natuurwaarden op dijken

Eén van de nevendoelstellingen van Rijkswaterstaat is dat een nieuwe dijkconstructie ten opzichte van de oude constructie minimaal gelijkwaardige natuurwaarden moet opleveren. Er mag dus geen verarming van de natuurwaarden optreden. Indien mogelijk worden de omstandigheden voor de natuur zelfs verbeterd. Om deze doelstelling te kunnen realiseren liet het projectbureau onderzoek uitvoeren naar de aanwezige natuurwaarden op de glooiingen van de betreffende dijken. Van belang daarbij was tevens dat de dijken vaak aan beschermde natuurgebieden grenzen (Vogel- en Habitatrichtlijnen). Om natuurherstel zoveel mogelijk te stimuleren, voerde het projectbureau Rijke Dijken onderzoek uit.

Rijkswaterstaat heeft met een laatste, integrale inventarisatie in 2015 de aanwezigheid van vaatplanten op de nieuwe dijkglooiingen van alle dijktrajecten langs de Oosterschelde en Westerschelde in kaart gebracht. Dit geeft een beeld van de floristische waarden van deze dijken in 2015. Ook kunnen relaties met omgevingsfactoren worden bepaald, of kan desgewenst een vergelijking met eerdere karteringen (2002, 2003, 2004, 2008 en 2012) worden gemaakt. Daarbij kunnen dan eventuele verschillen aan het licht komen wat betreft kansen voor flora op oude en nieuwe steenbekledingen.


Zeegras

Zeegras

Omdat de werkzaamheden ook impact hadden op het voorland, werd onderzoek gedaan naar het verplanten van zeegras, zodat dit zeldzame plantje niet zou verdwijnen als gevolg van de djkversterkingen. In 2007-2011 werden op diverse locaties langs de Oosterschelde zeegrasmitigaties uitgevoerd. Deze projecten werden gemonitord. De resultaten en bevindingen zijn weergegeven in het Eindverslag Zeegrasmitigaties Oosterschelde.


Herstelopgave

De uitvoering van de Zeeuwse dijkversterkingen kon niet plaatsvinden zonder verstoring van natuurwaarden. Met name langs de Oosterschelde vond per dijktraject enige tijdelijke of permanente beschadiging plaats van zilte natuur (schorren, slikken en zeegras). De meestal geringe, afzonderlijke beschadigingen vormden geen aanleiding voor het treffen van herstelwerkzaamheden. De negatieve invloed van alle dijktrajecten bij elkaar opgeteld was dat wel. Om te anticiperen op de totaal te verwachten schade, besloot het projectbureau in 2006 in nauw overleg met provincie Zeeland, het ministerie van Economische zaken (beiden bevoegde gezag) en natuurorganisaties tot de Herstelopgave. Einddoel was om in het kader van de Natuurbeschermingswet vóór oplevering van het project (2015) in één keer het totale verlies aan natuurwaarden van het project te compenseren. Hierbij werd niet alleen gekeken naar de hoeveelheid verloren natuur, maar meer ook naar het herstellen van de kwaliteit. De Herstelopgave week af van de reguliere compensatie en was daarom uitzonderlijk te noemen.

Concreet bestond de Herstelopgave in eerste instantie uit:

  • De herinrichting en het (agrarisch) pachtvrij maken van Inlaag Bruinisse met overdracht naar Natuurmonumenten.
  • Het (agrarisch) pachtvrij maken van de Westenschouwse inlaag en de Koudekerkse inlaag met overdracht naar Natuurmonumenten. Uitvoering door projectbureau Zeeweringen vond plaats in 2013, waarna Natuurmonumenten als beheerder gefaseerd naar de juiste kwaliteit toe werkte.
  • Zeegrastransplantaties. Om te voorkomen dat de hoeveelheid zeer zeldzaam klein zeegras nog verder afnam, werd het uit het werkgebied getransplanteerd naar andere gebieden in de Oosterschelde . Transplantaties werden uitgevoerd tussen 2007 en 2012 (met monitoring tot 2014).

Door onverwachte maatschappelijke weerstand tegen de herinrichting van Inlaag Bruinisse (zoete natuur zou veranderen in zilte natuur, wat door de VVD van de gemeente Schouwen-Duiveland werd ervaren als ontpoldering) kon dit project niet doorgaan. Oplossing kwam in de vorm van een financiële bijdrage aan project Getijherstel Rammegors. Dit project van Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer had als doel eb en vloed terug te brengen in het binnendijks natuurgebied Rammegors, waardoor estuariëne natuur zou ontstaan, vergelijkbaar met schorren en slikken. Dit project werd uitgevoerd in 2013 en 2014.


Schorren en Slikken

De ontwikkeling van schorren en slikken is van grote invloed op de natuur langs beide Scheldes. Maar schorren en slikken zijn ook van invloed op de golfbelasting op de dijken. Daarom zijn er prognoses gemaakt van hun ontwikkeling voor de komende 50 jaar. Na afloop van de werkzaamheden, worden de schorren weer zorgvuldig terug gebracht in hun originele staat.


Zandhonger

Zandsuppletie Oesterdam

Sinds de aanleg van de Oosterscheldekering leidt de Oosterschelde aan zandhonger. De afsluiting van de zeearm leidt sinds 1986 tot afname aan de oppervlakte aan slikken en schorren. De verwachting is dat deze afname nog geruime tijd zal doorgaan: recente schattingen gaan ervan uit dat in 2060 de kleine, veelal smalle schorren nagenoeg geheel verdwijnen zijn en dat van de grotere schorren forse delen verdwijnen. Projectbureau Zeeweringen hield bij de dijkversterkingen rekening met deze ontwikkeling. Dat leidde tot speciale aanpassingen bij bijvoorbeeld Sophiastrand en Veiligheidsbuffer Oesterdam.


Specials

Om de werkzaamheden of ecologisch herstel mogelijk te maken werden soms speciale oplossingen bedacht zoals, bijenhotels en paddenschermen.

Schorzijdebij

Het projectbureau legde tussen 2007 en 2015 ruim dertig zogenaamde bijenhotels aan. Deze hopen zand bieden een onderkomen aan zeldzame schorzijdebijen. Zij graven holletjes in het zand, waarin ze hun eitjes leggen. Schorzijdebijen leven van het stuifmeel en nectar van zeeaster, ook bekend als ‘zulte’ of ‘lamsoren’. Langs veel dijken is wel voedsel, maar weinig nestelgelegenheid aanwezig. Daarom zijn verschillende bijenhotels aangelegd. De bijenhotels werden aangelegd tijdens de dijkversterkingen. In de meeste gevallen werd gebruik gemaakt van overtollig uit de dijk vrijkomend zand en klei. De aanleg werd meegenomen in het totale werk, waardoor materiaalkosten nihil en aanlegkosten zeer gering waren.

Cultuurhistorie
Muraltmuur.jpg

In veel dijktrajecten liggen historische objecten: Muraltmuren, gemalen, oude havens en sluizen. Projectbureau Zeeweringen zette zich in om deze cultuurhistorische elementen te behouden. Bij elk dijktraject werd gekeken welke objecten gevoelig waren voor beschadiging door de werkzaamheden en hoe dit vermeden kon worden. Soms werden cultuurhistorische objecten opgenomen in het nieuwe dijkontwerp. Een oude dijkpaal of historisch haventje bleef dan bewaard. Zo blijven objecten uit het verleden bewaard voor de toekomst. In 2008 is door Dorp, Stad & Land een Cultuurhistorie aan de Oosterschelde dijken voor de Oosterschelde opgesteld.


Lessons Learned

Het projectbureau vroeg met enige regelmaat advies bij deskundigen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), provincie Zeeland en Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ). Ook organiseerde het vanaf 2010 een jaarlijkse cultuurhistorische dag waarbij Zeeuwse professional werden uitgenodigd om de geplande dijkversterkingen te bekijken en advies uit te brengen. Op die manier werden alle cultuurhistorische objecten gestructureerd in beeld gebracht en konden ze eenvoudig in de projectplannen worden opgenomen. Input van deskundigen en samenwerking met specialistische organisaties had een grote meerwaarde voor het projectbureau.


Cultuurhistorische kaart

Het projectbureau liet alle cultuurhistorische objecten langs de Oosterschelde en Westerschelde in kaart brengen. Deze zijn te bekijken in de Cultuurhistorische kaart.


Museumglooiing

Op verschillende plaatsen werd tijdens de dijkversterking een museumglooiing aangelegd. Boven op de nieuwe steenbekleding legde het projectbureau een stuk oude steenbekleding, zodat deze als herinnering aan het verleden bewaard bleef. Bij de dijkversterking van Polder Vierbannen in 2009 werd een grote museumglooiing aangelegd met 15 verschillende soorten oude en moderne soorten steenbekleding. Bij de Nieuw Noord-Bevelandpolder verscheen in 2013 iets soortgelijks, alleen kleiner.

Landschap
Landschap.jpg

Het uiterlijk en de uitstraling van een dijk spelen een grote rol in het landschap. Daarom hield het projectbureau in het ontwerpproces hier rekening mee. Voor de Oosterschelde werden drie typen profielen opgesteld: een standaard, een technisch en een natuurlijk profiel. Voor de Westerschelde gold grofweg dat de horizontale opbouw van de dijk werd benadrukt door het toepassen van donkere materialen in de ondertafel en lichte materialen in de boventafel.

Transportroutes
Transport.jpg

Voor de aan- en afvoer van materiaal en materieel zijn veel transporten nodig. Om overlast, schade en ongevallen zoveel mogelijk te voorkomen, stelde het projectbureau hiervoor vaste transportroutes op. Dit werd al in de ontwerpfase meegenomen. Om te zorgen dat aannemers de vastgestelde transportroutes volgden, werden deze opgenomen in de contracten. Oude, smalle polderwegen werden vaak voorafgaand aan de transporten geschikt gemaakt voor zwaar werkverkeer.


Lessons Learned

Het projectbureau trok veel lessen uit het opstellen van de transportroutes. Zo werden dorpskernen vermeden waar in een eerder stadium wel doorheen gereden werd. Fietsers kwamen steeds meer in beeld, met name voor groepen scholieren trof het projectbureau speciale maatregelen. In latere jaren leken recreanten zich weinig aan te trekken van afzettingen en bebording. Daarom zette Zeeweringen verkeersregelaars in.

Als gevolg van klachten over vrachtverkeer dat te hard reed en gebruik maakte van wegen waar geen transporten mochten plaatsvinden, ging het projectbureau strenger controleren. In 2015 zette de afdeling communicatie een veiligheidscampagne op. Hierin werden chauffeurs op een positieve manier extra gewezen op hun verantwoordelijkheden richting medeweggebruikers.


Over het water

Met name in latere jaren maakte het projectbureau veelvuldig gebruik van transport over het water Dit scheelde zeer veel transporten over de weg en kweekte in de omgeving goodwill. Verschillende soorten materiaal werden direct in het werk gelost of in een nabij geleden haventje.

Juridische zaken en nul-metingen

Overlast en schade konden nooit helemaal worden voorkomen. Om eventuele schade goed af te kunnen handelen, werden gebouwen langs de transportroute en in de directe omgeing van de dijkversterking voorafgaand aan de werkzaamheden bouwkundig onderzocht (nul-meting). Zo kon eventuele schade door de dijkversterking eenvoudig worden vastgesteld.


Nadeelcompensatie

Stof, zwaar werkverkeer, afgesloten wegen: voor ondernemers op of bij de dijk waren dit vervelende bijkomstigheden. In geval van inkomstenderving konden ondernemers een verzoek tot compensatie indienen. De regeling nadeelcompensatie was opgesteld door waterschap Scheldestromen. Een speciaal voor dit doel opgerichte commissie behandelde verzoeken. Vanwege de langdurige procedure koos het projectbureau ervoor om tijdens het laatste uitvoeringsjaar (2015) deze regeling nadeelcompensatie zoveel mogelijk af te kopen.

Depots

Voor opslag van materiaal en stalling van materieel had projectbureau Zeeweringen meerjarendepots en tijdelijke depots nodig. Voor langdurige opslag van vrijkomend materiaal dat later in andere dijktrajecten gebruikt werd (bijvoorbeeld Haringmanblokken) en voor dijktrajecten die bij elkaar in de buurt lagen, maakte Zeeweringen gebruik van meerjarendepots. Meestal had elk dijktraject in uitvoering daarnaast een of meerdere tijdelijke depots.

Waterschap Scheldestromen was verantwoordelijk voor het verkrijgen van depotruimte, bodemonderzoek (in verband met weer schoon opleveren) en huurcontracten. Regelmatig kon het afspraken maken met lokale boeren over tijdelijk gebruik van hun land. Projectbureau Zeeweringen verzorgde de vergunningen. Voor beide typen depots moesten vergunningen worden aangevraagd of meldingen worden gemaakt bij desbetreffende gemeenten in het kader van het Activiteitenbesluit. Bij meerjarendepots was bovendien een milieuvergunning nodig.

Het was soms lastig voldoende depotlocaties in de directe omgeving te vinden. Dit werd extra bemoeilijkt doordat het projectbureau rekening wilde houden met omwonenden.


Lessons Learned

Bij de uitvoering van dijktraject Yerseke (2010) hadden omwonenden veel overlast van een tijdelijk depot: werkverkeer veroorzaakte stof, trillingen en lawaai, wat leidde tot klachten uit de omgeving. Vanaf dat moment werd bij het vaststellen van nieuwe depots vanuit Omgevingsmanagement extra gelet op het beperken van overlast voor de omgeving.

Explosieven
Duizendponder Viane bron HVZeeland.JPG

Bij het werk aan de dijken moest het projectbureau rekening houden met niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk werd alleen op locaties onderzoek gedaan waarvan historisch bekend was dat daar bombardementen hadden plaatsgevonden, zoals Westkapelle en Breskens. Bij de uitvoering van dijktraject Wilhelminapolder (2012) bleek echter dat ook locaties waarover niets bekend was op dit gebied, explosieven konden bevatten. Daarom werden vanaf dat moment alle dijktrajecten onderzocht middels bureaustudie en op enkele plaatsen met aanvullende detectie op locatie. Op basis van deze informatie trof het projectbureau verschillende explosieven aan. Bij dijktrajecten met verhoogde kans op niet-gesprongen explosieven, moest de aannemer met speciaal materieel werken en de aanvullende veiligheidsmaatregelen treffen.

Bij het daadwerkelijk aantreffen van explosieven, werd de regie voor ruiming of ontmanteling overgenomen door de desbetreffende gemeente. Communicatie op dit vlak verliep soms stroef, vanwege gebrek aan ervaring en weinig afstemming met het projectbureau. Zo werd een explosie een keer tot ontploffing gebracht binnendijks aan de voet van de dijk, wat ernstige gevolgen had kunnen hebben voor de stabiliteit van de dijk.


Lessons Learned

Aanvankelijk liet projectbureau Zeeweringen het bureauonderzoek uitvoeren door een gespecialiseerd bedrijf dat niet alleen bureauonderzoek uitvoerde, maar, indien nodig, ook kon detecteren en benaderen. Hoewel er nooit sprake was van belangenverstrengeling, besloot Zeeweringen later een bureau in te schakelen dat alleen bureauonderzoek verricht en geen belang had bij het advies.

Openstelling onderhoudspaden
Fietsers op de dijk.JPG

Tijdens de dijkversterkingen speelde de kwestie ‘openstelling onderhoudspaden’. De buitendijkse onderhoudspaden van het waterschap zijn geliefde wandel- en fietspaden. Openstelling kan echter negatieve effecten hebben op de natuur (verstoring van vogels en beschadiging van natuurgebieden). In Zeeland ontstond daardoor een politiek en maatschappelijke discussie over het al dan niet openstellen van de paden. Zeeweringen had hier in feite niets te maken met, maar liep door de discussie risico op vertraging in de vergunningentrajecten en dus de algehele planning. Daarnaast verstoorde de discussie soms de goede relatie en communicatie met de omgeving.













Referenties