Emmapolder demonstratievakken


Context VN set links: model = Emmapolder


Set VN link, Property name = Supercontext, Property VN name = Supercontext

Model link = Emmapolder

Result = Dijkvakken Zeeland VN

End Set VN link


Bekleding 
Kleidijk
Specifieke constructie 

Voorland 
Schor
Ruimtegebruik 
Ecologie
Jaar 
1999
Locatie 
Oost-Zeeuws-Vlaanderen
Coördinaten 
51° 19' 55", 4° 10' 53"
Dijktraject 
dp 45 - 48 - dp 96 - 99



De twee demonstratievakken maken deel uit van de dijk langs de Koningin Emmapolder en de Van Alsteinpolder. De lengte van elk demonstratievak bedraagt circa 300 meter; zij grenzen aan het buitendijks gelegen natuurgebied 'Het Verdronken Land van Saeftinge'. Het vak voor de Koningin Emmapolder ligt nabij het Emmaplateau. In het gedeelte waarin dit demonstratievak is gesitueerd komt zeer veel veek (resten van riet en ander plantaardig afval) voor. Het andere demonstratievak ligt op de overgang tussen de Koningin Emmapolder en de Van Alsteinpolder. In dit gedeelte komt nauwelijks of geen veek voor. Het beheer van de dijk berustte bij het Waterschap Hulster Ambacht, tegenwoordig bij Waterschap Schelde Stromen.

Bijzonderheden

  • Deze demonstratievakken zijn aangelegd om de beheerders te enthousiasmeren voor het aanleggen van een volwaardige waterkering met behulp van klei, afgedekt met een grasmat. Uiteraard is dit alleen mogelijk bij beperkte golfaanval. Indien binnen een periode van 10 jaar blijkt dat een dergelijke bekleding niet duurzaam is, zal een harde bekleding worden aangelegd op kosten van het Projectbureau Zeeweringen.
  • Eerst was het de bedoeling dit project in 1998 uit te voeren, maar dat bleek niet mogelijk.
  • Op de onderhoudsweg zijn doorgroeiplaten van kunststof geplaatst i.p.v. betonnen doorgroeitegels




Omgevingsmanagement werkprocessen





Cultuurhistorie

Met de keuze van een klei dijk wordt een minimale verstoring van het landschap verkregen. Door het verflauwen van het talud en het hergebruik van de oude toplaag zal de vegetatie aansluiten aan het buitendijks gelegen natuurgebied en het boven beloop van de dijk.







Landschap en ecologie

Landschap

Met de keuze van een klei dijk wordt een minimale verstoring van het landschap verkregen. Door het verflauwen van het talud en het hergebruik van de oude toplaag zal de vegetatie aansluiten aan het buitendijks gelegen natuurgebied en het boven beloop van de dijk.

Ecologie

Bij het voorgestelde alternatief is de verstoring slechts van tijdelijke aard. Door het hergebruiken van de bestaande kleilaag met de daarin voorkomende vegetatie als toplaag op het 2 m dikke klei pakket, zal herstel van de natuurwaarde snel verlopen. Ook de door het verflauwen van het talud noodzakelijke ingreep in het buitendijks gelegen natuurgebied en de negatieve effecten daarvan, zijn van tijdelijke aard. Bovendien zal in tegenstelling tot het huidige dijkbeheer, op de demonstratievakken geen veek meer worden opgeruimd. De vestiging van vegetatie daarop kan dan ook blijvend zijn. Het waterschap zal een maai- en bemestingsbeleid toepassen dat gericht is op optimale ontwikkeling van de vegetatie. Eventueel inzaaien van de vakken gebeurt in overleg met de beheerder van het schor.

Kort nadat het idee werd uitgedragen om demonstratie vakken van een klei dijk uit te werken is contact opgenomen met stichting Zeeuws Landschap. Het Zeeuws Landschap wijst op het verloren gaan van schor doordat de teen zeewaarts wordt uitgebouwd. Hoewel de begroeiing en het ontstaan van een vegetatie-gradiënt niet wordt betwijfeld en ook wordt gewaardeerd, is behoud van bestaand schor belangrijker dan natuur "maken". Gevraagd wordt te bezien of de verzwaring minder ver vooruit kan steken. Het Zeeuws Landschap vindt de huidige steenbekleding door de inmiddels ontstane begroeiing niet storend. Uitbreiding van de bekleding kan bovendien tegemoet komen aan het veek probleem.

Monitoring

Over de ontwikkeling van de vegetatie op deze demonstratievakken zijn veel rapportages verschenen. Reeds voordat de vakken zijn aangelegd verscheen het plan van aanleg en monitoring waarin werd aangegeven welke onderzoeken in de loop van de tijd dienen te worden uitgevoerd.

In het Monitoringsvoorstel worden de activiteiten gesplitst. De erosiebestendigheid wordt onderzocht onder leiding van de DWW, de ontwikkeling van de vegetatie wordt onderzocht door RIKZ. Begin 2000 volgt een bespreking met het waterschap. Hier wordt voornamelijk besproken op welke wijze het beheer optimaal is. Vervolgens worden de werkzaamheden gerapporteerd. Het waterschap rapporteert over het maaibeheer en concludeert dat er geen schade is opgetreden aan de kleibekleding, RIKZ heeft de plantensoorten geïnventariseerd.

Zowel in 2000 als in 2001 dit jaar was er geen schade van betekenis aan de kleibekleding. DWW heeft nog een over-all rapportage gemaakt van de bevindingen over de stormseizoenen van 1999 tot en met 2002. De monitoring is volgens plan tot en met 2002 uitgevoerd. Aan de hand van de rapportage van DWW zal worden bezien of over drie of vier jaar nogmaals een vegetatieonderzoek nodig is. Omdat nog geen enkele hoge waterstand tegen de kleidijken heeft gestaan dient monitoring van het gedrag onder stormomstandigheden te worden voortgezet, volgens plan tot 2010. In dit kader is ook in 2006 een evaluatie verschenen.





















Referenties





Vergunningen

Er is vergunning verleend in het kader van de Natuurbeschermingswet met de volgende formulering: “Gelet op de te verwachten positieve effecten van het experiment en de beperkte schade die aan de natuurwaarden wordt toegebracht verleen ik de door u gevraagde vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet, voor het realiseren van twee demonstratievakken met de daarbij behorende onderhoudsstrook één en ander conform uw aanvraag”. Apart is nog een vergunning verstrekt voor het inrichten van de vluchtheuvel voor vee.

Voordat het mandaat werd verstrekt heeft stichting Zeeuws Landschap zijn toestemming in een brief verwoord. Ook onderliggende toestemmingen van de Gemeente Hulst, de Provincie Zeeland en het Waterschap Hulster Ambacht zijn hierbij van belang.








Referenties





Communicatie

In het bezoekerscentrum bij het Verdronken land van Saeftinghe is een tentoonstelling te zien over de aanleg van de klei dijk. Hierover is door het waterschap een persbericht uitgedaan.






Referenties





Juridische zaken

Het waterschap heeft officieel ingestemd met het aanleggen van een tweetal demonstratievakken.




Referenties


Technisch management werkprocessen





Inventarisatie

Het buitendijks gelegen natuurgebied ligt op circa NAP+2,75m en sluit direct aan op het buitentalud met een helling van 1:4. Het buitentalud is beneden de NAP+3,75m verdedigd door betonblokken op een dunne kleilaag. De betonblokken worden aan de teen door een betonband en een rij perkoenpalen opgesloten. Boven de betonblokken wordt het talud verdedigd door een grasmat op een 0,8m dikke kleilaag. Onder de kleilaag bestaat de kern van de dijk uit zand. Op een hoogte tussen NAP+6,25m en NAP+6,75m ligt een ongeveer 7,5m brede buitenberm.







Toetsing

Uit de toetsing, uitgevoerd door het Projectbureau Zeeweringen, is gebleken dat de bekleding op het buitentalud, bestaande uit betonblokken op klei en de hier boven gelegen grasmat tot aan de buitenberm, niet voldoet aan de normen en daarom moet worden aangepast. De blokken zijn te licht en de kleilaag te dun.







Ontwerp

Uitgaande van de randvoorwaarden is op basis van de beschikbare kennis berekend dat een taludhelling van 1:6 voor het gedeelte beneden de buiten berm het meest optimaal is. Bij een steiler talud dan 1:6 neemt de dikte van het kleipakket door een hogere golfbelasting aanzienlijk toe, terwijl bij toepassing van een flauwer talud de afname van de dikte van het kleipakket slechts gering is. Door het verflauwen van het huidige talud moet de teen van de dijk ongeveer 8 m naar buiten worden verplaatst. Omdat dit ten koste zou gaan van het buitendijks gelegen beschermde natuurgebied, zijn aanvullende berekeningen gemaakt m.b.t. de golfoploop. De golfoploop is o.a. afhankelijk van de bermbreedte en de taludhelling. Uitgaande van het huidige dijkprofiel (bermbreedte van 7,5 m en taludhelling 1:4) is berekend dat bij een verflauwing van de taludhelling tot 1 : 6 de bermbreedte tot 6.1 m kan worden teruggebracht om eenzelfde golfoploop te bereiken. De maximale golfoploop is berekend op 1,75 m zodat bij een actuele kruinhoogte van NAP+9,20 m de overhoogte van de dijk circa 1 m is en ook na versmallen van de buitenberm zo blijft. Het versmallen van de buitenberm heeft als voordeel dat de teen geen 8 m maar 6,6 m naar buiten moet worden verplaatst. Voor het bepalen van de dikte van de kleilaag geldt als uitgangspunt dat de kleilaag voldoende weerstand moet kunnen bieden tegen een belasting onder maatgevende omstandigheden. Ook indien in hetzelfde seizoen door een eerdere storm al enige erosieschade is opgetreden.

De dikte van de kleilaag als volgt vastgesteld:

  • de benodigde kleilaagdikte onder maatgevende omstandigheden bedraagt 2,0m
  • de benodigde kleilaagdikte om eerdere erosieschade op te vangen bedraagt 0,5m

De kwaliteit van het 2 meter dikke klei pakket moet behoren tot de categorie 'erosiebestendige' klei. Daarnaast worden aan de klei nog eisen gesteld t.a.v. het organische stofgehalte, het zoutgehalte en het kalkgehalte. Bij het verwerken worden ook eisen gesteld aan het watergehalte van de klei. Om een goede verdichting te krijgen wordt de klei in lagen van maximaal 0,40 m aangebracht en verdicht. Daarnaast is het streven om zoveel mogelijk vrijkomende klei te hergebruiken. De kleilaag die op het buitentalud ligt, is gestructureerd en kan niet in de 2 m dikke kleilaag verwerkt worden. Wel is deze klei uitermate geschikt om als nieuwe toplaag te fungeren en wordt daarom in een laag van 0,5m over de 2m dikke erosiebestendige kleilaag aangebracht. Ten behoeve van onderhoud aan de kleilaag worden over 3,5m breedte doorgroeistenen op de buitenbermen gelegd. Deze worden afgestrooid met grond.






Referenties





Revisie en overdracht

De overdracht vond plaats in 2012, nadat de proefperiode was beëindigd en er voldoende vertrouwen was om deze dijkvakken in beheer te nemen.




Referenties


Contractmanagement werkprocessen





Uitvoering
Aanbrengen klei van de kleidijk
aanleg hoogwater vluchtplaats voor vee

Tijdens de uitvoering bleek dat de aanwezige kleilaagdikte ter plaatse van de teen groter was dan verwacht. Daarom is besloten om de ontgraving ter plaatse van de teen minder ingrijpend te maken. Tijdens de uitvoering is een meetprogramma uitgevoerd op basis van een beschrijving van DWW. De werkzaamheden zijn uitgevoerd en gerapporteerd door Alterra. Door de DWW zijn de resultaten nader geïnterpreteerd.

Bij het "gasstation" is bekeken of er voldoende asfaltdekking en draagkracht is, voor transport van de klei i.v.m. het kruisen van de "leidingstraat".

De verdichting van de klei uit Aardenburg in de dijk is ca. 110 % en op de berm, verdicht door een bulldozer, is de verdichting 98-100%. Er kan op basis van de meetresultaten worden gesteld dat de wijze van uitvoering, cq verdichting van de klei goed is.

Voordat de bovenste laag klei ("make-up klei"), dik 0,50 m. wordt aangebracht, moet de Aardenburgse klei eerst worden gemonitoord (DWW). Het aanbrengen van deze twee kleilagen volgen kort na elkaar zodat er weinig tijd overblijft om te monitoren. Daarom is een goede communicatie tussen de medewerkers DWW en toezichthouder uitvoerder nodig.

Het bleek beter om het kleitransport over de weg in de maanden juni en juli te laten plaatsvinden i.v.m. het landbouwverkeer in de maand augustus.

De klei uit Aardenburg is nat omdat dit daar deels onder water staat en wordt ook zodanig vervoerd naar Saeftinge. Door metingen in Saeftinge wordt bekeken of de dichtheid van deze klei voldoet aan de eisen. Het water op de kleilaag in Aardenburg zal worden afgevoerd.

In plaats van de betonnen doorgroeitegels op de inspectie weg worden kunststof grasplaten geplaatst.

Werk met werk

Bij de aanleg van een klei dijk komt een aanzienlijke hoeveelheid zand vrij. In plaats van het zand af te voeren is op verzoek van Zeeuws Landschap gekozen voor de aanleg van een vliedberg voor vee. Het raster dat aan de bovenkant van de glooiing stond, wordt over de aan te leggen drinkplaats geleid zodat de runderen niet op de waterkering kunnen komen.










Referenties


Projectbeheer controleprocessen





Planning

De planning om het werk in 1998 uit te voeren is niet realistisch gebleken. De procedure om het werk aan te nemen en de eis om het werk in juli en augustus uit te voeren in verband met verstoring van broed- en trekvogels heeft er toe geleid om het werk uit te stellen tot 1999.

In verband met mogelijke verstoring van vogels tijdens de broedperiode door geluidsoverlast in het buitendijks gelegen natuurgebied, worden de werkzaamheden pas na 1 juli gestart. Daarnaast dienen de werkzaamheden omstreeks half september te worden afgerond in verband met de overwintering van watervogels in het gebied.






Referenties





Risicobeheer

Het was de bedoeling om klei ter beschikking te stellen, maar er was wel twijfel aan de kwaliteit van de beoogde klei. Daarom werd een prijs gevraagd, zowel op basis van transport van de beoogde klei als op basis van klei die door de aannemer moest worden geleverd. In verband met bovenstaande is ondershands aanbesteed. Hiervoor is mandaat verleend door de afdeling Markt van Rijkswaterstaat. Deze wijze van aanbesteding is zorgvuldig uitgevoerd en wordt als voldoende beschouwd. Uiteindelijk is de klei uit het depot onderzocht en de resultaten waren zodanig dat deze klei bruikbaar was. De aannemer hoefde dus geen klei te leveren, alleen het transport uit het depot werd door hem uitgevoerd.






Referenties



Kerndocumenten
























































Referenties

Context VN set links: model =

Bezig met het laden van de kaart...


HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares