Anna Jacoba- en Prins Hendrikpolder


Context VN set links: model = Anna Jacoba- en Prins Hendrikpolder


Set VN link, Property name = Supercontext, Property VN name = Supercontext

Model link = Anna Jacoba- en Prins Hendrikpolder

Result = Dijkvakken Zeeland VN

End Set VN link


Bekleding 
Betonzuil, Gekantelde blokken
Specifieke constructie 

Voorland 
Schor
Ruimtegebruik 

Jaar 
2007
Locatie 
Sint Philipsland
Coördinaten 
51° 38' 18", 4° 10' 25"
Dijktraject 
550,9 - 586



Het dijktraject ligt langs de Anna Jacobapolder, de Kramerspolder en de Prins Hendrikpolder. Dit dijktraject was in beheer bij het voormalige Waterschap Zeeuwse Eilanden, dat nu deel uitmaakt van Waterschap Scheldestromen. Het ligt aan de Oosterschelde aan de noordkant van Sint Philipsland, en heeft een lengte van ongeveer 3,5km. Het gehele dijktraject ligt achter de zogenaamde Rumoirtschorren.

Bijzonderheden:

  • Een deel van het voorliggende schor wordt verdedigd met een schorrandbestorting.
  • Een taludverflauwing is oorzaak van geringe afname van het schor. In overleg met Zeeuws Landschap wordt het schor in 2009 ter hoogte van de hollestelle vergroot.

Lessons learned




Lesson learned: Te grote inkassing in de dijk

Te grote inkassing in de dijk gemaakt (tot op de zandkern)
Er is een ruime inkassing gemaakt tegen de kruin van de dijk. De directie geeft aan niet blij te zijn met de inkassing. Het is niet de bedoeling dat de aannemer zoveel ruimte in gebruik neemt. Er zal niet meer worden ontgraven tot aan de zandkern van de dijk. In het vervolg zal hier rekening mee worden gehouden.

Omgevingsmanagement werkprocessen





Landschap

Omdat de aanwezige taludhelling vrij steil was en er een te dunne kleilaag onder de bekleding is aangetroffen is gekozen voor het naar buiten verplaatsen van de teen. Hierdoor ontstond verlies van het oppervlak aan schor. In overleg met het Zeeuws landschap is dit gecompenseerd door een uitbreiding van het schor te maken op een daartoe geschikte locatie. Het had de voorkeur van Zeeuws Landschap om deze uitbreiding uit te voeren in de omgeving van de noordelijker gelegen hollestelle. Dit deel van de waterkering wordt in 2009 aangepakt.







Referenties





Ecologie

Op basis van het detail advies wordt een bekleding gekozen waarbij de ecologische waarden minimaal gelijk blijven. Daarnaast is er een rapport verschenen waarin de broedvogels, amfibieën, reptielen en zoogdieren zijn geïnventariseerd.






Referenties





Vergunningen en planbeschrijving

Een belangrijk stuk om de benodigde vergunningen te verkrijgen is de planbeschrijving. Deze wordt opgesteld door het projectbureau en aan de provincie verzonden door het waterschap. Deze beslist of een mer beoordeling wordt verlangd en verleent goedkeuring in het kader van artikel 7 van de Wet op de waterkering. Ook wordt door het waterschap bij de provincie een aanvraag voor een vergunning Natuurbeschermingswet ingediend. De provincie stuurt een afschrift van de aanvraag naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en naar het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tholen. De gemeente kan een zienswijze op de aanvraag indienen. Tevens zullen belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze ten aanzien van uw verzoek naar voren te brengen.

In het kader van de Flora- en faunawet worden de soortenbeschermings natuurtoets en de habitat natuurtoets opgesteld. Hierin wordt vermeld dat het schor geschikt biotoop vormt voor de Noordse woelmuis die in het aangrenzende dijktraject is vastgesteld.

Ten slotte brengt het projectbureau de aannemer er van op de hoogte dat de vergunningen zijn goedgekeurd.


















Communicatie

Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt de planbeschrijving ter inzage gelegd. Middels een samenvatting kunnen omwonenden en belanghebbenden zich op de hoogte stellen van de voorgenomen dijkversterking. Om omwonenden en andere belangstellenden verder te informeren over de werkzaamheden, verspreidt het projectbureau een huis-aan-huiskrant in het voorjaar en in het najaar.

Tijdens de werkzaamheden is schade opgetreden aan een woning aan de Scharreweg.





Referenties


Technisch management werkprocessen





Inventarisatie
oude bekleding, haringmanblokken en doorgroeistenen, begroeid

De steenbekleding op de dijk bestond voornamelijk uit Haringmanblokken en enkele vakken vlakke blokken. Boven de Haringmanblokken lag een smalle strook doorgroeistenen. Het voorland lag op ca. NAP+1,60m. De bovengrens van de steenbekleding van Haringmanblokken verliep van ca. NAP+3,4m nabij de Philipsdam tot NAP+2,9m bij dp 586 aan het westelijke einde van het traject. De delen van het beloop die daarboven lagen en het grootste deel van de berm waren met klei en gras bekleed. Over enkele honderden meters was een verhoogde berm geasfalteerd en op enkele stukken ontbrak een berm. Over een afstand van ca. 2,5km waren de taluds tot aan de berm steil, gemiddeld 1:2,7. Op de overige delen was het talud minder steil.







Toetsing

Nadat de actualisatie van de toetsing door het waterschap is uitgevoerd en gecontroleerd door het projectbureau is de vrijgave opgesteld, waarna met het maken van het ontwerp kon worden begonnen. De gehele bekleding moet worden verbeterd.







Referenties





Ontwerp
nieuwe bekleding, begroeide betonzuilen
nieuwe teen en verwijderen Haringmanblokken

Het laaggelegen deel van de nieuwe bekledingen wordt uitgevoerd in (gekantelde) Haringmanblokken, hierboven komen betonzuilen. Ter bevordering van de ontwikkeling van flora op de nieuwe zuilenbekleding zal een kleilaag aangebracht worden boven op deze bekleding. De laag zal ca. 10cm dik zijn. Over het gehele traject zal de teenlocatie 1,5m verschoven worden richting het schor. Aanleiding voor deze verschuiving zijn de huidige (te) steile taluds, de beperkte kleilaagdikte onder de bestaande bekleding en het feit dat de nieuwe bekleding hoger is dan de oude (gekantelde vs. platte blok). De helling van het nieuwe talud zal flauwer worden dan de bestaande helling. Door de teenverschuiving wordt de hoeveelheid grondverzet significant gereduceerd (t.o.v. geen teenverschuiving). Zowel de kleilaag op de zuilen als de taludverflauwing zijn in overleg met Het Zeeuwse Landschap tot stand gekomen. Op de locaties waar de kleilaag niet voldoende dik is wordt ontgraven en een nieuwe kleilaag aangebracht van voldoende dikte. De berm tussen dp 578+50 en dp 586 (mits aanwezig) ligt meer dan 0,5m boven het ontwerppeil + 0,5Hs.Op dit deel van het traject wordt de steenbekleding van de boventafel niet doorgetrokken tot aan de berm maar eindigt deze op NAP+4,20m (ontwerppeil + 0,5Hs). Vóór de dijk wordt een nieuwe kreukelberm aangelegd met een toplaag met sortering van 10-60 kg. Op de berm wordt een nieuwe onderhoudsstrook aangelegd van dp 551 t m 578,5, die bestaat uit omgekeerde haringmanblokken (inkassing aan de onderzijde). Voor het laatste gedeelte, van dp 576 t m 578+50, wordt een nieuwe berm gecreëerd. De onderhoudsstrook zal aansluiten op de hoger gelegen geasfalteerde berm die vanaf dp 578,5 t/m 583 aanwezig is. Op het overige deel van het dijktraject is geen berm aanwezig. De nieuwe bekleding sluit aan op de onderhoudsstrook. De onderhoudsstrook is niet toegankelijk voor fietsers.






Referenties





Revisietoetsing en overdracht

Nadat het werk is afgerond, is het getoetst door het waterschap. Deze toetsing is geformaliseerd in de revisietoetsing door het projectbureau. Daarna is het dijkvak overgedragen aan het waterschap.









Contractmanagement werkprocessen





Contract

Er zijn enige vaststellingsovereenkomsten gesloten om meerwerk te declareren. Het plaatsen van een bouwbord en het inrichten van een depot zijn zo verrekend.







Uitvoering
Schorzijdebij op Rumoirtschorren (Peter Meininger)
aanbrengen nieuwe teenconstructie
nieuw aangebrachte kreukelberm
aanbrengen betonband
verwijderen te dunne kleilaag en aanbrengen fosforslakken
verdichten fosforslakken
aanbrengen gekantelde Haringmanblokken

Er zijn meldingen gedaan in het kader van het bouwstoffenbesluit. Hierop zijn twee reacties ontvangen van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. De melding was niet tijdig verricht en er is twijfel aan het productcertificaat voor de betonbanden. Er is voor het bepalen van de mate van uitloging alleen rekening gehouden met het bevochtigen van de bouwstof door neerslag en vochtige lucht. Wanneer een bouwstof geheel of gedeeltelijk onder water wordt toegepast, en de bouwstof in theorie dus meer zou kunnen uitlogen voldoet het overlegde productcertificaat niet. De vraag is op welk niveau in de glooiingsconstructie de banden worden toegepast.

De aannemer heeft vragen over het zand dat moet worden aangebracht voor de schorzijdebij. Conform bestek moet iedere 500m ca. 5 m3 zand worden aangebracht. De locaties worden in overleg met de ecoloog geregeld, het zand wordt aan het einde van het werk aangebracht.

De aannemer heeft de dijk gemaaid en het veek opgeruimd. Ook het schor dient te worden gemaaid. Vanwege de hoge waterstand van vorige week ligt er nu weer veek. De aannemer zal dit verwijderen. De aannemer voorzit problemen bij het maaien van het schor. Het doel van het maaien, ook op het schor, is het voorkomen dat er vogels gaan broeden in de werkstrook. Om dit te voorkomen zijn er meerdere manieren mogelijk. In Saeftinge is men er vorig jaar met een hydraulische kraan overheen gereden en is de vegetatie plat gedrukt. Deze optie is nu ook op dit werk uitgevoerd.

Het tijdschema in de planning geeft problemen. De geplande werkzaamheden aan de glooiing lopen door na 1 oktober. De aannemer verwijst naar het bestek en geeft aan dat het tijdschema voldoet aan het gestelde in het bestek. Het waterschap is het hier als beheerder niet mee eens. De planning wordt aangepast en de glooiing zal op 1 oktober dicht zijn.

Er is een ruime inkassing gemaakt tegen de kruin van de dijk. De directie geeft aan niet blij te zijn met de inkassing. Het is niet de bedoeling dat de aannemer zoveel ruimte in gebruik neemt. Er zal niet meer worden ontgraven tot aan de zandkern van de dijk. In het vervolg zal hier rekening mee worden gehouden.

Er is door een ecoloog gekeken of er nog broedende vogels aanwezig zijn tussen dp 550 en 566. Op het deel van dp 566 tot en met dp 560 mag de aannemer verder met zijn werkzaamheden. Het overige deel is nog niet vrijgegeven, hier geldt een beperking tot 1 juli.

Tijdens de werkzaamheden zijn er een aantal oeverzwaluwen op het werk aangetroffen. Er is contact geweest met de ecoloog. Het werk hoeft niet stil te worden gelegd. Op de locatie waar de oeverzwaluwen zijn aangetroffen mogen geen blokken worden geplaatst in de glooiing. De uit de glooiing komende blokken die er staan moeten blijven staan.

Tijdens de laatste bouwvergadering is een leerzame evaluatie gehouden over het uitgevoerde werk.






Referenties


Projectbeheer controleprocessen












































Referenties

Context VN set links: model =

Bezig met het laden van de kaart...


HZ University of Applied Sciences
Delta Academy
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares