Ontwikkelingen van het Pinkegat



Set VN link, Property name = Context, Property VN name = Context

Model link = Ameland - Morfologie - Friesche Zeegat - Pinkegat

Result = Ameland VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Produces, Property VN name = Produces

Model link = Ameland - Morfologie - Friesche Zeegat - Pinkegat

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Consumes, Property VN name = Consumes

Model link = Ameland - Morfologie - Friesche Zeegat - Pinkegat

Result =

End Set VN link


Set VN link, Property name = Part of, Property VN name = Part of

Model link = Ameland - Morfologie - Friesche Zeegat - Pinkegat

Result = Ameland - Morfologie - Friesche Zeegat VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Instance of, Property VN name = Instance of

Model link = Ameland - Morfologie - Friesche Zeegat - Pinkegat

Result = Buitendelta (platen/geulen) VN, Morfologische elementen VN

End Set VN link


Set VN link, Property name = Concerns, Property VN name = Concerns

Model link = Ameland - Morfologie - Friesche Zeegat - Pinkegat

Result =

End Set VN link







Voor Ameland zijn het vooral de ontwikkelingen van het Pinkegat die belangrijk zijn. Het werk van Oost (1995) beschrijft de langtermijn ontwikkeling van het Pinkegat in detail. Deze auteur concludeert na bestudering van de morfologische veranderingen over de periode 1809-1991 dat er een duidelijke cyclische ontwikkeling aanwezig is. Tijdens deze cyclus vervormt het zeegat van een één-geul naar een twee-geulen systeem en weer terug. Dit gebeurt in een tijdsbestek dat ligt tussen de 20 en 40 jaar.
Figuur 2.10 : Concept van cyclische morfologische ontwikkeling van het Pinkegat (uit Oost 1995).
Figuur 2.10 geeft een conceptuele weergave van de cyclische ontwikkeling. De cyclus bestaat hierin uit drie fasen: De eerste fase (Figuur 2.10, a) geeft een enkel geul systeem weer met maximale geuldoorsnede. Eigenlijk is dit de meest stabiele fase in de cyclus doordat grote getijvolumes door de geul worden getransporteerd. Het netto zandtransport langs het aanliggende eiland is van west naar oost en bouwt het eiland oostwaarts uit. Deze spitvorming duwt de geul oostwaarts. Naast de netto oostwaartse langstransporten spelen waarschijnlijk ook bochtstroming, en het ‘motorische vermogen’ een rol in de geobserveerde ontwikkelingen (Van Veen, 1936). De gevormde spit is vrij smal en laag. Tijdens stormen of hoog water kunnen er kleine geultjes (“flood-shutes” of “spill-overs”) door de spit ontstaan. Deze kunnen zich verder ontwikkelen als ze verbinding maken met de geulen in het bekken (Fase 2: Figuur 2.10, b), migreren oostwaarts, gaan samen en vergroten in omvang. Deze geulen nemen ook een gedeelte van het getij-prisma over, waardoor de oorspronkelijke hoofdgeul debiet verliest en daardoor onder invloed van het langstransport door golven in omvang kan afnemen. Op een gegeven moment verliest de oorspronkelijke hoofdgeul een dergelijk groot debiet dat deze verlaten wordt en opvult met sediment. De nieuw gevormde geul neemt dan de rol van hoofdgeul over (Fase 3: Figuur 2.10, c). Ook na de afsluiting van de Lauwerszee vinden deze cyclische ontwikkelingen plaats. De jaren 1926 en 1987 in Figuur 2.9 zijn illustratief voor een één -geul configuratie (fase1 van de cyclus). Deze geul migreert oostwaarts door het netto oostwaarts gerichte langstransport en spitvorming bij de eilandstaart. Een meer-geulen systeem wordt gevormd als deze spit zich te ver oostwaarts uitstrekt en doorbroken wordt door een kortsluitgeul (Figuur 2.9, 1967, 2005. 2012).
Figuur 2.9: Grootschalige morfologische ontwikkeling van het Friesche zeegat op basis van de Vaklodingen (de eilanden zijn ingevuld met het AHN-1(1996-2003)
Van Veen (1936) verklaart de vorming van deze kortsluitgeulen door de grotere hydraulische gradiënt ter plaatse van de spit. Na vorming van de kortsluitgeul wordt de oorspronkelijke geul opgevuld. Figuur 2.9, 2005, is illustratief voor een configuratie in het midden van de cyclus. Sinds 1989 lijkt de cyclus te versnellen met een verwachte duur van 20 tot 30 jaar. Deze snellere cyclus zou gerelateerd kunnen zijn aan de afsluiting van de Lauwerszee. De ontwikkeling van het Pinkegat deelsysteem wordt in Figuur 2.11 in meer detail weergegeven. Bij deze figuur moet opgemerkt worden dat tussen 1971 en 1981 er geen kortsluitgeultjes te zien zijn. De Holwerderbalg verlegt zijn oriëntatie naar een noordelijke uitstroom waarbij de spit (staart van het eiland) wordt geërodeerd. De heroriëntatie van de Holwerderbalg is waarschijnlijk gedreven door het bekken.

De cycliciteit van het Pinkegat is duidelijk terug te zien in profiel 2510 (Figuur 2.24) gelegen in het midden van het zeegat. Het profiel vertoont een breed strand dat zich sinds 1990 sterk heeft teruggetrokken. De 0 m contour is hier bijna 800 m landwaarts verplaatst (zie ook Figuur 2.25). Grenzend aan het strand ligt een ondiepe geul. In 1990 is de geul 2 m diep. In deze geul ontwikkelt zich een tweede, diepere geul (-3.5 m in 1991). Dit diepere gedeelte neemt in diepte toe (-6 m in 1994 en -8 m in 1999) en migreert oostwaarts met een snelheid van 100 m/jaar. Dit geulgedrag is periodiek. In de periode 1990 – 2012 zijn er waarschijnlijk vier van deze geulmigraties geweest (twee hiervan zijn duidelijk te volgen, zie Figuur 2.24).

Profiel 2515 (Figuur 2.26) geeft een beeld van de ontwikkelingen aan de zuid(oost)kant van het Pinkegat (bij de Hon). De profielontwikkeling aan de zuidkant van de Hon vertoont twee stadia in geulontwikkeling over de periode 1988-2012. In de periode 1988-2000 zien we een landwaartse migratie van de geul met 130 m. De geuldoorsnede neemt daarbij af van 400 m in 1992 naar minder dan 300 m in 1997. De geuldoorsnede is hier gedefinieerd als de doorsnijding van de geul met de -2 m contour. De geuldiepte neemt hierbij toe van -8 m in 1991 tot -10 m in 1994 en stabiliseert rond de -9 m in 1998. Tot 2005 blijven het diepe geulgedeelte en de landwaartse geulwand stabiel. Een tweede stadium in geulontwikkeling is zichtbaar sinds 2005. Er ontwikkelt zich een vrijwel van elkaar gescheiden twee-geulen systeem doordat er een drempel tussen de twee geulen ontstaat. De binnengeul op 1250 m tot RSP was stabiel gedurende de periode 2007-2010 maar verdiept sindsdien sterk. Dit gebeurde gelijktijdig met de vorming van de scheiding tussen de twee systemen.

De uitwisseling van sediment tussen Pinkegat en Ameland dient nader onderzocht te worden. Vooral de volumeveranderingen binnen het kombergingsgebied van Pinkegat zijn van belang. Deze kunnen een mogelijke verklaring geven waar de grote zandverliezen aan de zeezijde van Ameland naar toe verdwijnen.



HZ University of Applied Sciences
Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur en Milieu
Projectbureau Zeeweringen
Waterschap Scheldestromen
Provincie Zeeland
Deltares